Schrijfoefening: Een goed begin…

Schrijfoefening: Een goed begin…

Als schrijver hoor je clichés te vermijden, maar deze blijft handig: ‘Een goed begin is het halve werk.’ Met een sterke openingszin trek je lezers meteen in je verhaal. Je verleidt ze om aandacht aan je verhaal te besteden en wekt de belofte dat het midden en het einde ook interessant, vermakelijk en/of ontroerend zullen zijn.

Met deze schrijfoefening help ik je een handje. Kies een personage, openingszin en voorwerp uit dat je aanspreekt. Of gooi een dobbelsteen om het lot voor je te laten bepalen ;)

Je hebt dan een paar belangrijke ingrediënten in huis: een personage waar de ik-persoon een relatie mee heeft, een begin van een zin die een conflict aangeeft en een opvallend of vreemd voorwerp dat je ergens in het verhaal moet gebruiken. Want deze oefening mag dan wel op een cliché zijn gebaseerd, dat betekent niet dat jij er geen verrassend verhaal van kunt maken!

Stel jezelf een haalbaar schrijfdoel (bijvoorbeeld 500 woorden schrijven, 3 kantjes lang of zo veel mogelijk woorden in een half uur) en ga aan de slag!

Personage:

Mijn vader / moeder…

Mijn geliefde…

Mijn minaar / minnares…

Mijn baas…

Mijn leraar / lerares…

Mijn broer / zus…

Zin:

… wilde altijd al …

… heeft me nooit vergeven voor …

… haatte het wanneer …

… wilde me niet vertellen dat …

… kon het niet geloven toen ik zei …

… verraste me vandaag met …

Voorwerp:

Een verborgen brief

Een kapotte tennisbal

Een gescheurde trouwjurk

Een gouden klok

Een zware schatkist

Een gitaar zonder snaren

Wordt het een spannend verhaal, iets romantisch of iets vol humor? Je kunt alle kanten op en de keus is aan jou. Deel een zin van je eindresultaat in de reacties! Ik kijk uit naar je verhaal.

 

11 Comments

  1. Mijn minnaar wilde altijd al rijk worden, dat was waarom ik dacht dat we nooit een relatie zouden krijgen. De seks was ronduit geweldig, hij nam me mee naar adembenemende hoogten. Zijn looks zijn bijna net zo adembenemend als de hoogtes waar hij mij bracht. Gespierd, kort donkerbruin krullende haar en een gezicht die bijna te perfect was. Wat wilde ik graag verliefd op hem worden. Maar hoe mooi het omhulsel was, zo leeg was de binnenkant. Zodra hij ging praten ging het altijd over geld, zaken en nog meer geld. En mij boeit geld niet. Natuurlijk is geld belangrijk, maar mijn inkomsten zijn prima. Ik kan mezelf goed onderhouden en hoef bijna nooit iets te laten om het geld.
    Ik wist ook niet hoe snel ik hem moest dumpen na onze heerlijke daad. En toch verlangde ik elke keer weer terug naar hem. En elke keer was hij ook weer snel vertrokken na onze overweldigend samenzijn, maar dan vooral zonder praten.
    Tot op een dag. Ineens stond hij voor mijn deur. Enthousiast als een klein kind, wat hem iets heel teders gaf. Ik smolt direct al, ook al had ik me voorgenomen niet meer contact met hem te hebben. In zijn hand had hij een zwart iets, het leek zwaar, ik zag de zweetdruppels op zijn gezicht. Ineens krereg ik een beklemmend gevoel, neeeeeeeeeeeee, het was toch geen geldkist? Niet weer geld…
    “Kelly, dit moet je zien!” pufte hij uit. Zo resoluut als mogelijk, alle lichamelijk aantrekkingskracht negerende, perste ze haar nee eruit. “nee, nu niet. Niet weer geld. Jij altijd met je geld.” Ze merkte dat haar lip begon te trillen en hoorde de snik door haar stem heen.
    Verbaasd keek hij me aan. “Wat??? Geld?”
    De blik in zijn ogen liet haar bijna knakken. Ze moest en zou zichzelf bij elkaar pakken, hoe dan ook. “Ja, geld. Dat is een grote geldkist of niet soms?”

    Reply
    • Hi Janneke, je zorgt voor een goed conflict in die eerste zin, maar het komt verder niet terug in de tekst. Waarom kun je niet én rijk worden én een relatie hebben? :)

      Reply
  2. Mijn baas wilde me niet vertellen dat hij me eigenlijk niet geloofde toen ik hem belde vanaf mijn vakantieadres. Zo klonk het niet, want hij was meelevend en vond het heel vervelend voor me. En zeker dat dit me was overkomen op de eerste vakantiedag, vond hij heel sneu. Dat ik me dan ook ziek meldde, kon hij heel goed begrijpen. Want met een gebroken voet en een gekneusde hand kon je niet doen wat je wilde en werd je vakantie behoorlijk beperkt. Dat ik niet naar huis wilde, kon hij alleen maar toejuichen. Dan was het vakantiegevoel meteen om zeep geholpen, zowel voor mij als voor mijn man. Hij zou dan drie weken het beroep moeten uitoefenen wat ik normaal doe, namelijk: werken in de thuiszorg.
    Nee, het ging gewoon door. Ik zou deze vakantie, met een thermoskan thee en een boek binnen handbereik, letterlijk en figuurlijk in de zon uitzitten. En mijn man kon met zijn vrienden de geplande motortochtjes maken. Het was een geluk dat we met twee stel vrienden op vakantie waren.
    Toen mijn baas de volgende dag belde, begreep ik dat hij me niet geloofde. Hij wilde graag bewijzen, harde bewijzen. Het was duidelijke dat mijn tekst en uitleg niet voldoende was. Alle papieren die ik had van de röntgenuitslag, de behandeling in het ziekenhuis en het aanschaffen van alles wat ik nodig bleek te hebben uit de apotheek wilde hij gefaxt zien.
    ‘Maar ze hebben hier geen fax,’ zei ik verbaasd.
    ‘Dan zorg je maar dat het ergens anders gefaxt wordt,’ was zijn nuchtere antwoord en daar kon ik het mee doen. Hij vroeg me na de vakantie weer contact met hem op te nemen om verdere afspraken te maken, zoals kantoorwerkzaamheden.
    Dat hij mij niet op mijn woord geloofde, voelde heel rot. Dit zou me drie weken dwars zitten. Ik ging proberen nog iets te maken van deze vakantie, ondanks die harde landing op het asfalt.
    Toen mijn nam zei : ‘Hopelijk hangt er geen ontslag boven je hoofd, omdat je had nog geen vast contract hebt,’ klonk dit niet als muziek in mijn oren. Het klonk meer als een gitaar zonder snaren.

    Reply
    • Leuk Hilda, hier zit genoeg materiaal in voor een heel verhaal! Hoe heeft de hoofdpersoon haar voet gebroken? Waarom is haar baas zo moeilijk? Weet ze hem uiteindelijk te overtuigen of raakt ze haar baan kwijt? En dan? Goed bezig :) En je laatste zin vind ik heel goed gevonden!

      Reply
  3. Het is een gezegde met een groot waarheidsgehalte: achteraf kijk je een koe in z’n kont. Eigenlijk zou ‘haar kont’ juister zijn. Koeien zijn immers vrouwen, net als ik. Maar voor de rest klopt het wel. Als ik toen geweten had wat ik nu weet, was het nooit gegaan zoals het is gegaan.

    Het leek te mooi om waar te zijn: een vakantieliefde en nog op het eerste gezicht ook. En eerlijk gezegd was Mario precies wat ik na Hans nodig had. Deze ober van een Spaanse strandtent verenigde alle cliché’s over Mediterrane mannen in zich: golvend gitzwart haar, bijna lichtgevend witte tanden en een lichaam waar de hele Griekse Olympus-kliek stikjaloers op zou zijn geworden, Adonis voorop.
    Die eerste nacht samen… Laat ik het erop houden dat hij plekjes wist te
    vinden waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Niemand, maar dan ook helemaal niemand heeft me ooit zo weten te raken als hij. Stevig genoeg om keer op keer op keer te exploderen van genot, teder genoeg om na ieder hoogtepunt méér te verlangen. Na die vakantie wilde ik nog maar één ding: Mario was mijn geliefde ik was de zijne en ik moest en zou hem mee naar huis nemen. En hij gíng mee. Binnen twee maanden hadden we alles geregeld en waren we getrouwd, met alles erop en eraan: een ceremonie in een super-romantisch kasteeltje, een receptie op het strand met alle vrienden en familie en een huwelijksreis naar de Malediven. Alles was perfect.

    Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is dat meestal ook zo. Nog geen maand na onze trouwdag, ik kwam thuis van mijn werk, vroeg Mario wanneer ik eigenlijk van plan was te stoppen. “Stoppen waarmee,” wilde ik weten. “Met werken,” was zijn antwoord, “Mijn vrouw werkt niet, dat doe ik.” Ik probeerde hem uit te leggen dat vrouwen hier in Nederland gewoon in hun eigen levensonderhoud voorzagen, maar voor hem was dat ‘not done’: een vrouw behoorde het huishouden te doen en voor kinderen te zorgen. Dát was haar rol, verder niets.

    Daarna ging het heel snel bergaf. De vraag om te stoppen met werken en de wens kinderen te krijgen veranderden in eisen. Eisen die ik niet kon en ook niet wilde inwilligen. Ik hou van mijn werk. Het bevestigt het gevoel dat ik lééf. En ik heb helemaal geen behoefte om een toch al overbevolkte wereld met nog meer inwoners te belasten. Het ging van kwaad tot erger. We kwamen als kemphanen tegenover elkaar te staan en na een huwelijk van nog geen half jaar was ik gescheiden. Alweer.

    Mannen? Nee, daar heb ik nu geen trek meer in. En op zwakke momenten, als ik me weer eens eenzaam voel hoef alleen maar mijn garderobekast maar open te schuiven om te weten dat ik me nooit meer met mannen moet inlaten. Daar hangt mijn motivatie, het resultaat van één van Mario’s woede-aanvallen: mijn aan repen gescheurde trouwjurk.

    Reply
    • Gaaf dat deze eenvoudige opwarm-oefening bij jou tot een verhaal met kop, romp en staart heeft geleid! Het kan nog strakker door de eerste alinea weg te halen (want dat ze er spijt van heeft en beter had moeten weten is helemaal duidelijk) en om de relatie nog iets uit te diepen, voordat ze met elkaar trouwen. Waarom hebben ze nooit met elkaar gepraat over het huwelijk, het gezinsleven en wat ze beiden van het leven verwachten? Ik vind het ongeloofwaardig dat ze alleen maar met hem wil trouwen vanwege de seks, daar komt ze verder te intelligent voor over :)

      Reply
  4. Van Bhagwan een andere naam krijgen, een oranje gewaad en ketting met zijn afbeelding erop stond me altijd al tegen. Ik wilde wel mezelf blijven! Dat is de reden dat ik nooit in de communes in Poena of Oregon ben geweest, waar zijn volgelingen zich storten in seks en therapieën om zich er zo ook van te bevrijden en zich er niet meer aan te hechten. Botbreuken bij wilde tantristische samenkomsten schijnen geen uitzondering te zijn geweest. Jean Foudraine de bekende anti-psychiater uit die jaren kon mij enerzijds wel meeslepen in zijn getuigenisboeken over zijn bekering tot Bhagwan, anderzijds liet hij me ook achter met het beeld van een dwaze goeroe-aanbidder die zichzelf geheel leek te verliezen. Nu is Bhagwan die zichzelf later Osho is gaan noemen zo’n 25 jaar dood, maar in spirituele kringen leeft hij voort.
    Maar ik moet toegeven dat het toch wel iemand is, die mensen een ‘nieuwe spiritualiteit’ heeft getoond, waardoor mensen de mogelijkheid wordt aangereikt geluk en vrede te vinden in hun leven. Op zo’n manier dat ze aanwezig zijn bij wat ze doen en laten. Daardoor voelen zij zich eenvoudigweg geen produkt of iemand die ergens aan moet voldoen.
    Heb ik er spijt van? Dat ik er nooit geweest ben? Nee niet meer. Want daar gaat het uiteindelijk niet om. Het gaat erom, dat ik zelf leef, ervaring opdoe en met die ervaring om kan gaan. Dus ook nu, nu ik aan het schrijven ben, ben ik het zelf die dat betekenisvol kan maken. Zodat ik het ervaar. Want als ik het zelf niet ervaar, wie dan wel?

    Reply
    • Duidelijk conflict, mooi! Ik had echter nog nooit van Bhagwan gehoord en je beschrijft alleen dingen die je personage heeft gelezen of van anderen heeft gehoord, waardoor je verhaal wat vaag en afstandelijk bleef. Wie of wat is het? Hoe is het personage met hem/de beweging in aanraking gekomen? Laat je personage wat dingen doen en proberen, niet alleen maar overdenken, voordat hij besluit dat dit toch niet bij hem past. Hoe ongemakkelijker de situaties waar je personage zich in bevindt, hoe boeiender het verhaal ;)

      Reply
      • Dank je wel voor je reactie. Ben het met je eens. Word er me zo ook bewust van, het is meer een gedachtegang(verhaal). Het zijn overwegingen. Eigenlijk een deel uit een groter verhaal. Meer een soort inleidinkje.

  5. Mijn broer wilde altijd al een zware schatkist vinden. Ik weet nog goed hoe we vroeger op het strand willekeurige putten groeven om er een te vinden. Helaas, het was nooit een succes.
    Volgens mij komt daar nu verandering in. Hier sta ik dan, met mijn broer aan de rand van een put van zeker twee meter diep. Moeizaam hebben we ons er allebei uitgehesen met hulp van het touw dat hij hadden klaargelegd. Ik leg mijn handen in mijn zij. ‘Wel Michael, wat doen we ermee?’ Hij krabt ter hoogte van zijn slapen, alsof hij diep nadenkt. ‘We houden hem,’ zegt hij simpelweg. Ik kijk nog eens naar beneden. De houten kist is in één woord prachtig. Natuurlijk is hij overwegend bruin, maar er zitten een hoop details in verborgen. Op de deksel zit een ingewikkeld patroon. Het lijkt wat op een kale boom in de winter. De handvatten zijn van goud, hier en daar zit wat zilver. Van die laatste dingen ben ik niet zeker of ze écht goud en zilver zijn, maar ik vind het er nogal echt uitzien. ‘Hoe krijgen we hem eruit?’ is mijn volgende vraag. Michael kijkt me verbaasd aan.
    ‘Wil je hem echt… ?’ Hij maakt zijn zin niet af. Ik knik als antwoord. ‘Waarom niet?’ Daar heeft hij niets tegenin te brengen. We kijken rond ons, op zoek naar hulpmiddelen om de kist naar boven te krijgen. Niets. Het strand is verlaten, zelfs de verliefde koppeltjes zijn al klaar met hun avondwandeling. ‘Dan zit er niks anders op… ‘ Opnieuw krijg ik niet de hele zin te horen. Nee, Michael heeft me al bij mijn enkels vast en houdt me ondersteboven over de kist. Ik vloek luid.
    ‘Problemen, zus?’ vraagt hij speels. ‘Ik haat je,’ lieg ik. Ik leg mijn handen over de handvatten en oefen er wat druk op uit om te zien hoe zwaar hij is. Verbazend licht. ‘Wacht eens,’ zeg ik tegen Michael. Ik til de kist losjes met één hand op. ‘Broer, ik moet je teleurstellen,’ roep ik naar boven. ‘Haal me terug op.’ Hij lijkt blij te zijn als ik terug op mijn eigen benen sta en schudt zijn handen.
    ‘Je bent niet meer zo licht als vroeger’, grapt hij ,’ wat is het probleem?’ Ik wijs naar beneden. ‘Hij is leeg’. Michael kijkt teleurgesteld. ‘Zeker?’ vraagt hij. ‘Heel zeker.’ bevestig ik. We gooien het gat dicht, grappend over hoe we hopen dat er nog een volgend slachtoffer komt. ‘Wat een anticlimax…’ mompelt hij terwijl we naar huis lopen. Mijn oog valt op iets. Een euro in het zand. Ik raap hem op en geef hem aan mijn broer. ‘Hier zal je het mee moeten doen,’ glimlach ik. Hij lacht terug. ‘Bedankt zus,’ zegt hij waarna hij me een kleine kus op mijn wang geeft. ‘Altijd, broer.’

    Reply
    • Wat een leuk en lief verhaaltje, Annebel!
      Denk eraan om gesproken zinnen op een nieuwe regel te laten beginnen (gevolgd door wat dat personage verder doet, indien nodig), om het zo duidelijk mogelijk te maken wie er aan het woord is.
      Daarnaast vroeg ik me af hoe oud de personages zijn en hoeveel ze in leeftijd verschillen. De broer tilt zijn zus zo gemakkelijk op (ondersteboven nog wel), is dat omdat ze veel kleiner/lichter is of is het eigenlijk een tikje ongeloofwaardig?
      Verder zit je verhaal goed in elkaar en eindigt het mooi. Ik heb het met plezier gelezen!

      Reply

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *