Schrijfwedstrijd oktober 2020

Schrijfwedstrijd oktober 2020

Zo doe je mee aan de schrijfwedstrijd oktober 2020:

  1. Laat je inspireren door deze foto!
  2. Schrijf een kort verhaal van max. 400 woorden (incl. titel) in het Nederlands of Engels.
  3. E-mail je verhaal als Word-bestand uiterlijk zaterdag 31 oktober 2020, 23.59 uur Nederlandse tijd naar info@kellymeulenberg.com.
  4. Bonus: als je trots bent op wat je hebt geschreven, deel het dan in de reacties hieronder! Dit is niet verplicht, maar wel heel leuk :)

 

Dit kun je winnen:

Iedere deelnemer die aan alle bovenstaande voorwaarden voldoet krijgt een mini-coachsessie (t.w.v. € 20,-), waarin we je verhaal en evt. schrijfvragen bespreken. (Je kunt dus meerdere verhalen insturen, maar je krijgt één sessie.)

Daarnaast verloot ik één kaartje voor de Schrijfmiddag op zaterdag 28 november in Delft (t.w.v. € 25,-). Als de Schrijfmiddag verzet moet worden i.v.m. coronamaatregelen, geldt je kaartje voor de eerstvolgende datum.

Deelnemers ontvangen de uitslag op donderdag 5 november. De uitslag wordt ook bekendgemaakt op deze pagina, mijn sociale media en in mijn e-mailnieuwsbrief.

 

Overige voorwaarden:

De prijs is niet in te wisselen voor geld. Mocht je al een kaartje voor de Schrijfmiddag hebben gekocht, krijg je het geld daarvoor terug óf kun je gratis iemand meenemen. Mocht de Schrijfmiddag niet door kunnen gaan, geldt je kaartje voor de volgende datum. Ik vermeld de naam van de winnaar op mijn site, sociale media en in mijn nieuwsbrief – door je verhaal in te zenden, geef je hiervoor toestemming indien van toepassing. Je verhaal zal niet door mij gedeeld worden en alle rechten blijven bij jou.

 

Klaar? Schrijven maar!

Deadline: zaterdag 31 oktober

Klik op de foto om hem te vergroten:

schrijfwedstrijd oktober 2020 - foto door marko blazevic via unsplashFoto door Marko Blazevic via Unsplash

Inspiratie nodig? Lees het artikel: Hoe schrijf je een verhaal bij een foto?

Veel schrijfplezier!

14 Comments

  1. Kan ik het? Stil blijven zitten? Ik zie hem toch echt lopen. Een paar meter maar, verderop. Als ik spring, dan heb ik hem!

    Maar hij is zo klein. Misschien zit daar een nest, als ik wacht, dan zie ik vast meer.

    Oh, zo lekker, het water loopt mij in mijn mond. Oh jee, een druppel werkt zich naar buiten. Heel voorzichtig, geen geluid maken. Ik lik hem wel weg. Zo! Rust. Stil, Zitten.

    Eigenlijk is het hier best kil, vochtig, misschien zijn het wel de laatste muisjes die ik kan verschalken dit jaar. Straks zitten ze in hun holletje.

    Zal ik dan toch?

    Hé, wat hoor ik? Van rechts komt geluid! Voorzichtig draai ik mijn oor in die richting. Geen minuut verlies ik mijn prooi uit het oog. Het geluid is weg. Vast een of andere eikel. Het is tenslotte herfst.

    De spanning bouwt zich op, ik voel het aan mijn staart. Het muisje kijkt naar mij en ook zij staart. Een gespannen evenwicht. Word ik gezien? Mijn snorharen trillen. De vibratie is voelbaar. Rond mijn schouders spannen de spieren. Klaar voor die ene sprong.
    Mijn klauwen komen naar buiten, graven zich vast in de grond. Ik voel mijn rug bollen. Haren komen overeind. Het water uit mijn mond is niet meer te stoppen.

    Ik moet, het moet, met een enorme krachtsinspanning weet ik mij nog te beheersen, verplaats ik mijn gewicht naar voren. Nu, nu ben ik echt helemaal klaar.

    Ik zie hoe het muisje haar gezichtje draait, weg van de dreiging, weg van mij.
    Als een veer, strak gespannen, losgelaten in een enorme ontlading, ga ik. Ik vlieg, ik land en ik neem. Mijn tanden vinden:

    Een blad voor de mond.

    Reply
  2. Opgelost

    Vorige week kwam Erika enthousiast terug van de kringloopwinkel, ze had een dik boek met een rode kaft in haar handen. En gooide haar jas over een stoel, terwijl ze weet dat ik daar een hekel aan heb. Ik staarde net zo lang naar haar totdat ze opkeek, mij zag en zuchtend haar jas in de gang ging hangen.
    Ze is al dagen in dat boek aan het lezen. Mijn ergernis level stijgt. Ik bedoel maar ze heeft nog niet gestoft en ze weet dat ik dat graag op vrijdag gedaan wil hebben. Heb ik een fout gemaakt door met haar te trouwen? Maar ze was vrolijk en volgzaam en deed graag alles wat ik vroeg. Maandag wassen, dinsdag strijken, woensdag alles zuigen, donderdag hachee koken. Gewoon iedere dag de routine die mijn lieve moeder had. De afgelopen drie jaar is ze veranderd. Ze noemt me ook niet meer liefkozend Japie. Zei zelfs een keer, dat het een achterlijke naam is voor een volwassen man.
    Goed, ik heb donderdag tegen haar geschreeuwd, maar wie laat nou hachee aanbranden.
    De week ervoor was ze de suiker in het griesmeel vergeten!
    ‘Dan doe je het er nu maar op’ zei ze. Iedereen weet, dat het anders smaakt, als het niet is meegekookt!
    Gisteren hoorde ik haar in de keuken mompelen, terwijl ze in het opengeslagen boek keek. Ik bleef nieuwsgierig om het hoekje kijken. De zure buurman stond zoals gewoonlijk vanuit zijn tuin, bij ons naar binnen te gluren. Plotseling was hij weg, niet zomaar weg, maar ineens floep verdwenen. Ik heb hem de rest van de week niet meer gezien.
    Hoe kom ik hier in hemelsnaam verzeild? Goed ik zit wel lekker op de heide, en die muis was lekker. Hoewel muis? Vanmorgen zat ik toch nog gewoon thuis aan mijn ontbijt. Bordje havemout, versgeperst sinaasappelsap en een eitje, vijf en een halve minuut gekookt. Erika zat tegenover mij. Ze was opmerkelijk vrolijk en bekeek mij van top tot teen.
    Ik herinner mij dat ze, ‘vaarwel Jaap,’ zei, ik slikte net mijn laatste hap ei door en keek haar verbaasd aan.
    Voelde een vreemde huivering over mijn rug en nu zit ik hier in het lentezonnetje. En ik heb een opmerkelijke drang om mij van top tot teen te likken, of zal ik eerst een dutje doen?

    Reply
  3. De strijd van Ra

    ‘Hoe vaak moet ik die slang nog doden?’ Ra stampt het goddelijk paleis binnen. Moe van zijn reis door de onderwereld ploft hij op zijn troon neer.
    Aton kijkt op van de zonneschijf die hij oppoetst. ‘Je zou er inmiddels aan gewend moeten zijn. Het is immers niet de eerste keer.’
    Ra snuift. Aton snapt er niets van. Iedere nacht worden Ra en de jakhalzen aangevallen door die naargeestige Apophis. Een gevecht is onvermijdelijk, waarna het bloed van de antigod de hemel rood kleurt en Ra terugkeert naar de dageraad. Elke nacht is het hetzelfde liedje. Als zonnegod zou hij daar een einde aan moeten kunnen maken, maar wat hij ook doet, Apophis herrijst, waarna het hele riedeltje weer van voor af aan begint. ‘Jij hebt makkelijk praten. Jij hoeft niet elke nacht te vechten voor je wedergeboorte.’ Ra is zo sikkeneurig dat hij verzaakt om de grijze wolken boven de aarde te verdrijven met zijn zonnekracht. De dag is somber en grauw en ook in het goddelijk paleis is de stemming bedrukt.

    Mafdet lag opgekruld op haar canapé te slapen, toen Ra die morgen het paleis binnen stampte. Zonder zich te verroeren luisterde ze naar de woordenwisseling van de zonnegoden. Dit is mijn kans, dacht ze. Als ik het Apophis-probleem kan smoren, zal Ra eindelijk oog krijgen voor míj. De aandacht die ik verdien zal aan mij toebehoren. Aan Ra’s zijde kan ik regeren als oppergodin.
    Bij de gedachte begint Mafdet te spinnen. Ze kan het verlangen niet onderdrukken en kronkelt in extase over haar canapé. Vanavond zal ik toeslaan.
    Nog altijd chagrijnig spant Ra de jakhalzen in en bestijgt zijn strijdwagen. De reis begint zoals iedere andere avond; echter heeft hij nu een verstekeling aan boord. In de onderwereld aangekomen brengt Ra de doden tot leven om de balans tussen goed en kwaad te herstellen. Zoals verwacht werpt Apophis zich voor de jakhalzen. De naargeestige slang bijt en kronkelt alsof het een lieve lust is. Nog voor Ra uit zijn strijdwagen kan stappen komt Mafdet tevoorschijn en springt op Apophis af. Met haar vier klauwen drukt ze hem tegen de grond en zet haar scherpe tanden in het slangenlijf. Na enkele stuiptrekkingen blijft Apophis onbeweeglijk liggen. Mafdet spint van geluk en kijkt haar geliefde zonnegod zwoel aan. Ra weet niet wat hij moet zeggen. Is zijn eeuwige strijd met Apophis dan eindelijk ten einde? ~

    Reply
  4. Een zwartharige moordenaar ben ik, met vlijmscherpe tanden. Ik voel elke spier in mijn lenige lijf, totale beheersing heb ik er over. Ik spring, als ik wil. Ik rol me op, als ik wil. Of ik draai arrogant mijn reet naar je toe, hef mijn staart en verlaat je, voor zolang ik wil.
    Waarom ik van je hou? Houd ik van je? Ik hou van je toegankelijke huis. Ik ben dol op je zachte bed en je groen fluwelen bank. Het is hartverwarmend dat je elke dag drie bakjes voor mij klaar zet. Water, dat ik negeer, alleen omdat ik liever natuurlijk water uit een plas drink, of jouw koud geworden thee. Hard voer, ach…dat harde voer, fijn voor het gebit en als er niets anders is. En een schaaltje heerlijk zacht vlees, dat altijd te snel op is. Ik hou van jouw handen op mijn huid en de behaaglijkheid van jouw schoot. Als ik van jou hou, houd ik ook van je buurvrouw of de mijnheer die jouw belastingaangifte invult. Mijn trouw is zo lang als mijn genot.
    En als ik ga, ga ik anders dan jij. Ik ruik een wereld van seks, gevaar en eten. Adrenaline op de daken, schatten in het gras. Ik jaag omdat ik een onweerstaanbare passie daartoe voel, helemaal vanuit mijn hart. Ik zing omdat ik vrijen wil met wie er maar beschikbaar is, schaamteloos en openbaar. Ik vecht als het moet en soms omdat het mogelijk is. En daarna strek ik mij uit en laat de zon mij complimenten geven, op een muur en met gesloten ogen.
    Maar toch, dat lieve gezicht wat ik heb is geen masker. Ik ben geen ongevoelig mormel. Nee, ik was wat al te bot over mijn gevoelens voor jou. Jij bent meer, ja echt geloof me. Je bent meer dan volstrekte willekeur en een schone bak. Ik waardeer je heus wel. Ik heb je nodig, maar ik zie je. Om onze vriendschap te vieren breng ik je soms de kont van een muis of een stervende vogel. Ik leg ze voor je deur omdat ik weet dat jouw neus ze niet kan vinden als het niet overduidelijk is.
    Nou? Komt het dan niet van twee kanten? Hoezo is jouw geluid niet zacht? Waarom vier jij niet met me mee? Eet! Ik deel, dus neem het. De teleurstelling verwerk ik voor het raam, tussen twee planten. Ik staar in de verte naar een man met een hond. Aan een touw, minachting vermengt mijn hartenpijn. Jij, jij krijgt mijn rug, mijn kromgebogen zwarte beledigde rug. Voel het maar, de kou.
    Je aait me, ik hou van je.

    Reply
  5. Mispoes

    Ik wiebel met mijn staart. Het is me gelukt! Ik bekijk mezelf, ik heb een prachtige grijsblauwe vacht. Terwijl ik op zoek ga naar een waterplas om mezelf te bewonderen begint mijn maag enorm te pruttelen. Iets verderop zie ik een muis. Jagen? Ik? Dat zie ik niet zitten. Waarom hebben ze me midden op de hei gezet? Misschien een teleporteerfoutje? Het was een ontiegelijke drukte van jewelste op mijn sterfdag, alsof iedereen op dezelfde dag besloot dood te gaan. Toen mij de vraag werd gesteld of ik als man of vrouw terug wilde komen, was mijn antwoord resoluut; ‘als kat’. Daarop ontstond zowaar paniek, mijn verzoek bleek zeer ongebruikelijk te zijn. Maar ik hield voet bij stuk en na een spoedberaad van de engelencommissie werd mijn verzoek ingewilligd. En hoe! Ik ben de mooiste der katten. Nu alleen nog een ‘bediende’ vinden, zodat mijn leventje -van doen waar ik zelf zin aan heb, terwijl ik het mens voor me laat rennen- kan beginnen. Na ruim een uur sjouwen op vier poten, die elk een eigen wil lijken te hebben, zie ik een huis met een groene voordeur waar ik fanatiek aan begin te krabbelen. De deur zwaait open en een mollige vrouw kijkt me verrast aan. ‘Ben je verdwaald?, heb je honger?’, zegt ze terwijl ze me op mijn kop kriebelt. Ineens voel ik weerzin, haar ruwe handen schrapen te scherp en kriebelig door mijn vacht en haar handen stinken naar aardappelen en zeep. Ik begin meteen mijn vacht te poetsen, ik móét schoon zijn. Dat is een nieuw soort instinct, als mens boeide reinheid me amper. ‘Ach wat schattig’, zegt de vrouw en de onbenul aait me opnieuw. Binnen zet ze brokjes voor mijn neus, die ze normaalgesproken aan de egels voert, legt ze me in irritante kindertaal uit. Luid miauwend laat ik weten dat ik iets anders wil, iets uit de koelkast misschien. Ze lacht en zegt: ‘och, wil je nog meer geaaid worden?’ Mensen zijn werkelijk onnozel. De daaropvolgende maanden probeer ik andere mensen uit, maar ze zijn allemaal even hardleers. Zoals het een stoere kat betaamt, kom ik voor mijn vergissing uit en besluit ik van het dak te springen. Gelukkig doet het niet eens pijn. Ik roep: ‘man!’, nog voor mij de vraag gesteld wordt. De engel kijkt me verward aan en zegt: ‘Maar je weet toch dat een kat negen levens heeft?’

    Reply
    • Mooi!!

      Reply
      • Heel leuk.

    • Ik zie mijn rode kater voor mij.

      Reply
  6. Schaamte

    Zo, die zit er in.

    En hij smaakte me toch heerlijk! Tenminste, een beetje. Of eigenlijk, eigelijk helemaal niet.

    Ze noemde hem niet voor niets “mighty mouse”, het was ook een fantastische tegenstander. Al die jaren heb ik er meer dan mijn best voor gedaan. Maar telkens werd ik met een kluitje het riet in gestuurd. Letterlijk zelfs een keer, toen ik pardoes achter Mighty aansprong maar hij toch weer op wonderbaarlijk wijze wegdook en ik door de rietkraag in het water belande. Ik hoor de ganzen nog gakken van plezier. Later heb ik nog eens kennis gemaakt met het drijfzand, och dat scheelde weinig zeg. Ik voelde de warmte van die ongrijpbare muis al in mijn snorharen toen ik opeens merkte dat mijn pootjes dieper en dieper kwamen te zitten in het drijfzand. Mighty had hier geen last van en draaide zich brutaal om. Die aanblik van hem, de prooi die de jager uitlachte, zorgde ervoor dat het mijn levenswerk werd om deze ontembare prooi te temmen. Collega jagers waren al gestopt met het onbegonnen werk maar mijn karakter liet me dat niet toe. Nachten gingen voorbij zonder dat er maar een glimp van MM te zien was, doch altijd was ik bezig met het voorbereiden van mijn levenswerk. Dagen lag ik wakker om hem in hinderlagen te lokken, vervolgens lag ik nog meer dagen wakker van frustratie’s. Deze muis was onvangbaar.

    Vanmorgen was het dan zo ver, mijn grootste prestatie. Al sinds een paar dagen kon ik geen spoor meer van hem vinden. Ik begon te vermoeden dat hij het hazenpad had genomen. En toen zag ik hem. Ik paste mijn gebruikelijk tactiek toe, boven de wind blijven, gepaste achtegrond kleur. Deze topjager sloop op hem af. Mighty lag nog steeds roerloos op dezelfde plek. De jarenlange vervlogen hoop op een succes kwam weer eens bovendrijven. Ditmaal was het succes er ook. Ik was zo snel dat hij niet eens wakker werd, de sul, hij lag gewoon te slapen. Ik was zo door het dolle heen dat ik hem gelijk in stukken scheurde.

    Nu ik er over nadenk, tijdens mijn duikvlucht had ik al het idee dat er iets mis was.
    Lag hij niet te stil?
    Hij had wel een apart kleurtje!
    Hoe oud worden muzien eigenlijk?
    Die smaak was anders dan verwacht!
    Was Mighty Mouse nog wel in leven toen…..?

    Reply
  7. Ramptoerist

    Kijk, daar is die aardige vrouw weer.
    Ze komt hier altijd haar boterhammetje opeten.
    Ik ga dan naast haar zitten en laat een langgerekt ‘miauw’ horen. Ze geeft me stukjes worst van haar boterham. Ze praat tegen me en aait me over mijn hele lijf, van kop tot staart.
    Na een poosje zegt ze: ‘Dag poes, tot morgen. Ik moet weer aan het werk.’ Ik geef haar nog een kopje en mauw tegen haar, zodat ik zeker weet dat ze terugkomt.

    Vandaag ziet ze er anders uit; ze draagt niet dat lichtblauwe uniform, maar een jas.
    Ze doet ook anders; ze kijkt om zich heen, alsof ze ergens bang voor is.
    Op een afstandje houd ik alles in de gaten.
    Ze pakt haar telefoon.
    ‘Kees, met mij. Je moet nu komen …’
    Helemaal volgen kan ik het niet, maar er is iets goed mis.
    Als laatste vang ik op dat ze in het park is en dat hij moet opschieten.
    Vlak bij de ingang blijft ze ijsberen.

    Een auto stopt met piepende banden bij het park en toetert.
    Ze haast zich ernaartoe en opent het portier.
    ‘Zo Kees, ben je daar eindelijk?’
    Ik bedenk me geen moment en spring er ook in.
    De auto scheurt weg als zij is ingestapt. Verstopt achter haar stoel hoor ik ze kibbelen. Ze zijn op de vlucht voor de politie en volgens Kees is het haar schuld. Ze gaan onderduiken in een huisje op de Veluwe.

    Onderweg stoppen ze. Zij stapt uit om proviand in te slaan.
    Weer op de autosnelweg ruziën ze verder. Zij slaat en stompt hem, waardoor hij de auto niet meer in bedwang heeft. We botsen ergens tegenaan en rollen een paar keer om en om.
    Als we stil liggen, kruip ik naar buiten. Ik bof maar met die negen levens!

    Ik schiet weg tussen een paar bosjes de hei op, weg van de ravage en die twee kemphanen. Ze ruziën niet meer en hangen stil voorover in de auto.
    Er komen mensen aan, die naar ze gaan kijken.
    Later hoor ik ook sirenes.
    Naast de auto zie ik allerlei eten liggen, het is uit de auto geslingerd.
    Ik haal wat lekkere dingen op en ga er op de hei van zitten smullen.
    Met mijn buikje vol ga ik naar de auto zitten kijken. Ben benieuwd hoe dit afloopt.

    Reply
  8. De kat van Alberto Giacometti

    Alberto Giacometti, een bekend schilder en beeldhouwer, zei ooit: “Als ik tijdens een flinke brand zou moeten kiezen tussen het redden van een Rembrandt en een kat, zou ik voor de kat gaan”.

    Deze ochtend bespreken we het citaat in de klas.

    Rembrandt … het viel me nooit eerder op dat het woord “brand” letterlijk in zijn naam voorkomt. Een vuurzee van vlammen. Een peperduur schilderij of een vogel voor de kat! Ik vind de woordspeling in mijn hoofd grappig.

    Pieter, wiens vader advocaat is, merkt op dat er een groot verschil in ons standpunt zal zijn, naar gelang het kostbare doek al dan niet je eigendom is.

    Arthur staat erop dat Rembrandt een grote meester is en het niet zomaar om een gewoon schilderwerkje gaat. Pierre voegt eraan toe dat ieder kunstwerk de ziel van de kunstenaar verbergt. Hij zou een ziel redden.

    Kevin steekt ineens zijn vinger op en vraagt met grote ernst en interesse: hoeveel kost een naaktschilderij? Dat is toch erotische kunst met een ziel, vervolgt hij alvorens het antwoord af te wachten.

    Algemeen gelach.

    Mijn vader werkt bij de Raad voor Cultuur, zegt Manu trots. Dat is een adviesorgaan van de regering. Onlangs hebben ze een project gestart om eenzaamheid te bestrijden via kunst.
    Louis, die grote toespraken bespot, grijnst dat hij de kat alleen zou redden als die van hem was. Julien, om te provoceren, voegt eraan toe dat hij alleen witte katten zou redden.

    Manu gelooft zijn oren niet. Ben je bang voor zwarte katten? Op de brandstapel ermee? Dit is echt barbaars!

    Voemmm, katje weg, lacht Kevin. Zo’n hele bol haar ruikt zeker niet lekker. Ik denk aan Brel. Die doodde enkel een kat als ze slecht rook.

    Manu drukt ons weer met de neus op de harde realiteit. Wie geen centen heeft en hongerlijdt, kiest voor Rembrandt. Van een kat kan je niet eten, enfin toch niet lang, haha. Tot onze verbazing sluit de zachtaardige Lola zich bij deze mening aan. Ze legt uit dat haar ouders het op het einde van de maand heel erg moeilijk hebben de eindjes aan mekaar te knopen, zeker nu in coronatijd.

    De klas is stil. De leraar sluit het debat.

    Op mijn oude fiets op weg naar huis zie ik plots een zwarte kat in het veld. Ik steek terug mijn tong uit en rijd verder.

    Reply
    • Fantastisch! Mooie invalshoek. Ook een prettige, tot de verbeelding sprekende schrijfstijl.

      Reply
  9. Poes in het gras

    Ik schrik wakker. De geur van rotte bladeren en de smaak van natte aarde zijn overweldigend. Ik open mijn ogen maar knijp ze snel weer dicht. Ook al is de lucht gevuld met grijs gekleurde wolken, het licht zet mijn netvlies in vuur en vlam. Ik probeer mijn arm op te tillen om mijn ogen af te schermen, maar mijn arm blijft levenloos liggen.
    Ik geef mijn hoofd de opdracht naar rechts te draaien zodat het felle licht mijn ogen niet meer zal bereiken. Mijn ogen zien de wereld negentig graden gedraaid. Ze stellen zich scherp op donkergroene grassprieten vermengd met verdorde bladeren. In de verte de silhouetten van kolossale bomen met oranje- en roodgekleurde bladeren. Ik kantel mijn hoofd naar achteren. Hetzelfde plaatje nogmaals negentig graden gedraaid – gras, bladeren, bomen – aangevuld met mijn zwarte omafiets die op zijn zij ligt tussen mij en de bomen in. Een paar spaken zijn geknakt en de voorvelg is verbogen. Het achterwiel draait nog op zijn gemak in het rond.
    Er stroomt iets nats en kleverigs langs mijn linkerwang, maar als ik mijn hand ernaartoe probeer te brengen, gebeurt er niets. Ik ga mijn lichaam af: hoofd, nek, schouders, armen, handen, vingers, buik, benen, voeten, tenen. Ik hijg van de inspanning – mijn adem maakt wolkjes in de lucht – maar behalve mijn gezicht- en nekspieren blijft alles bewegingsloos.
    Mijn ademwolkjes, de kleur van de lucht, de mistige waas boven het gras en mijn bevroren neus vertellen me dat het koud is. Toch voel ik van mijn nek naar beneden niets.
    Ik draai mijn hoofd naar links. Een Britse korthaar, de kat uit de Sheba-reclames, kijkt naar mijn fiets met haar gele ogen terwijl ze met haar felroze tong haar wangen likt. Ze spint. Waarschijnlijk heeft ze net een muis verorberd.
    Ze draait haar hoofd naar mij, loopt naar me toe en likt mijn wang met haar tong zo ruw als schuurpapier. Het doet pijn – alsof ze over mijn bot likt. Ik krijs wanneer ze haar vlijmscherpe tanden in mijn huid zet en mijn vlees losrukt. Met een klein stukje van mijn gezicht loopt ze terug naar waar ze net zat en verorbert het.
    Ik schreeuw meermaals om hulp, maar voordat iemand reageert, likt de statige poes haar wangen af en komt ze weer naar me toegelopen.

    Reply
  10. Niet meer normaal

    Het gras kriebelt onder haar hand en ze voelt een steentje venijnig in haar bil prikken. Het is fris en het gras vochtig. Ze negeert de kou die haar spijkerbroek intrekt en langzaam naar boven gaat, haar huid prikkelend. De geur van de ochtend dringt haar neus binnen en ze haalt diep adem. Dat helpt, haar hart komt tot rust, gaat wat langzamer kloppen, herinnert haar aan het bestaan nu. Ze kijkt naar boven, naar de lucht waar de wolken een spel spelen, wie er het snelst kan verplaatsten. Donkere wolken verdrijven de lichtere, net als haar gedachten. Wat doet ze hier, nu? Ze veert op als ze in haar ooghoek wat ziet bewegen. Als ze haar hoofd naar links draait ziet ze een kat zitten, haar aanstarend en alsof ze iets verkeerds heeft gedaan. Misschien zit ze op zijn plek. Met haar rechter hand maakt ze zwaaiende bewegingen begeleid door een sissend geluid, in de hoop dat de kat opstaat en vertrekt. Katten vindt ze enge beesten, ze maken vaak onverwachtse bewegingen, ze vertrouwt ze niet. De kat blijft zitten en staart haar aan, recht in haar ogen, alsof hij haar gedachten kan lezen. Ze staart terug, bang om te bewegen, op te staan en weg te lopen. Alles achter zich te laten, opnieuw te beginnen. Het lijkt of de kat haar kan tegenhouden of erger, met haar meegaat, waar ze ook naar toe gaat. Dan zet het beest een stap naar voren, komt iets dichterbij, langzaam, wachtend op haar reactie. Ze doet niks, blijft stil zitten en wacht met spanning tot het moment ze opspringt en wegrent. De kat lijkt het te zien als een aanmoediging want hij zet monter nog twee stappen. Als ze wil kan ze hem aanraken. Met een nieuwsgierige blik kijkt hij haar aan, verbaast dat ze hem niet wegjaagt. Waarom jaagt ze hem niet weg? Normaal zou dat haar eerste reactie zijn, dat of weglopen. Misschien is dat het wel, normaal zou ze dat doen, ze is klaar met normaal. Ze steekt haar hand uit en de kat ruikt even aan haar hand en duwt vervolgens zijn kop er tegen. Een lach verschijnt op haar gezicht, ze geeft de kat een aai, staat op en met zekere stappen vervolgt ze haar weg.

    Reply

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *