Schrijfwedstrijd juni 2020

Schrijfwedstrijd juni 2020

Update: de wedstrijd is gewonnen door Bennita Koop. Gefeliciteerd!

Wil je een mailtje ontvangen wanneer er een nieuwe schrijfwedstrijd is? Meld je dan aan voor mijn gratis schrijftips en -oefeningen.

 

Zo doe je mee aan de schrijfwedstrijd juni 2020:

 

  1. Laat je inspireren door deze foto!
  2. Schrijf een kort verhaal van max. 400 woorden (incl. titel) in het Nederlands of Engels.
  3. E-mail je verhaal als Word-bestand uiterlijk dinsdag 30 juni 2020, 23.59 uur Nederlandse tijd naar info@kellymeulenberg.com.
  4. Bonus: als je trots bent op wat je hebt geschreven, deel het dan in de reacties hieronder! Dit is niet verplicht, maar wel heel leuk :)

 

Dit kun je winnen:

 

Iedere deelnemer die aan bovenstaande voorwaarden voldoet krijgt een mini-coachsessie (t.w.v. € 20,-), waarin we je verhaal en evt. schrijfvragen bespreken. (Je kunt dus meerdere verhalen insturen, maar je krijgt één sessie.)

Daarnaast verloot ik één kaartje voor de Schrijfmiddag op zaterdag 25 juli in Delft (t.w.v. € 25,-).

Deelnemers ontvangen de uitslag op vrijdag 10 juli. De uitslag wordt ook bekendgemaakt op deze pagina, mijn sociale media en in mijn e-mailnieuwsbrief.

 

Overige voorwaarden:

 

De prijs is niet in te wisselen voor geld. De prijs is niet in te wisselen voor een kaartje voor een andere datum. Mocht je al een kaartje voor de Schrijfmiddag hebben gekocht, krijg je het geld daarvoor terug óf kun je gratis iemand meenemen. Mocht de Schrijfmiddag niet door kunnen gaan, geldt je kaartje voor de volgende datum. Ik vermeld de naam van de winnaar op mijn site, sociale media en in mijn nieuwsbrief – door je verhaal in te zenden, geef je hiervoor toestemming indien van toepassing. Je verhaal zal niet door mij gedeeld worden en alle rechten blijven bij jou.

 

Klaar? Schrijven maar!

 

Deadline: dinsdag 30 juni

Klik op de foto om hem te vergroten:

Schrijfwedstrijd juni 2020 - foto door Veeterzy via UnsplashFoto door Veeterzy via Unsplash

Inspiratie nodig? Lees het artikel: Hoe schrijf je een verhaal bij een foto?

Veel schrijfplezier!

23 Comments

  1. Het schilderij

    “Ik vind het niets, de kleur niet, het licht niet…”
    Hoofdschuddend keek Marc haar aan.
    “Zie je het zelf niet?”
    Hij legde zijn hand op haar schouder en gaf er een venijnig kneepje in.
    Liz deed een stap achteruit om zich aan zijn greep te onttrekken en keek naar het schilderij dat ze net had afgerond.
    “Kijk dan,” drong Marc aan. “De kleuren kloppen toch totaal niet. Dat rare licht op die boom in het midden. Wat wil je uitbeelden, één of ander Bijbels tafereel?”
    “Olav vindt het goed,” zei ze zachtjes.
    “Olav… Olav vindt het goed…” bauwde Marc haar na. “Ben je niet een beetje te oud voor dat soort heldenverering?”
    Hij liet een schamper lachje horen en liep het atelier uit.
    Liz liet zich op haar kruk zakken. Haar handen trilden toen ze haar schilderspalet weer oppakte. Ze greep een dunne penseel en begon met automatische bewegingen door de groene verf op haar palet te vegen. Ze keek naar het schilderij voor zich. De enorme kale boom in het midden, gevangen in een straal zonlicht. De klimop op de voorgrond en de details van de grote varen aan de linkerkant.
    “Er is niets mis met dit schilderij,” zei ze zachtjes tegen zichzelf.
    Ze hoorde de voordeur dichtslaan.
    Met ingehouden adem luisterde ze of ze de auto hoorde starten. Soms kwam hij terug. Ze sloot haar ogen en luisterde. De stilte was oorverdovend. Geen startende motor. Maar ook geen voordeur. Waar was hij? Wat was hij aan het doen?
    Het geluid van de huistelefoon snerpte door de stilte. Van schrik liet Liz naar penseel vallen. Een groene vlek op haar broek, op de vloer. Ze schoot overeind en was al halverwege de deur toen ze bleef staan. Waar was Marc? Op haar tenen sloop ze naar het raam. De jaloezieën waren dicht. Ze durfde geen kier te maken om te kijken. Loop naar de kamer, zei ze tegen zichzelf. Neem de telefoon op.
    In slow motion opende ze de deur van het atelier. Het rinkelen hield op. Ze keek de gang in. Alle deuren waren dicht. Voetje voor voetje liep ze naar de voordeur. Ze gluurde door het smalle raam. De auto was weg. De telefoon rinkelde opnieuw. Ze opende de deur naar de woonkamer.
    Marc stond in het midden van de kamer, de rinkelende telefoon in zijn hand.
    “Het is voor jou,” zei hij. “Olav…”

    Reply
    • het is zo mooi geschreven, u beschrijft de emoties echt werkelijk perfect!!

      Reply
    • Ze hebben de bomen gekapt

      Nietsvermoedend loop ik door het park, mijn park, zoals zo vaak, al duizenden rondjes, van een kilometer, dertig jaar geleden met de kilometerteller op de racefiets van Niels samen opgemeten, het park waar we trainden voor atletiek, waar ik fit was of juist buiten adem, waar ik later sportte met gym toen ik op het aangrenzende Liemers College zat, waar ik na mijn atletiekcarrière zelf vaak ging hardlopen, het park waar we de hond uitlieten, waar ik schaatste toen het nog vroor, waar we dieren voerden in de kinderboerderij, waar ik zwerfvuil opraapte tijdens schoonmaakacties en daarbuiten, waar ik verliefd was, worstelde met de liefde, met vrienden sprak over alle facetten van het leven, een gebroken hart had, mijn hoofd leegmaakte, ideeën kreeg om verhalen rond te kunnen maken, problemen oploste, voor mezelf of voor een ander, de lucht kon klaren, waar ik huilde van pure wanhoop, ongelooflijke vreugde, of gewoon omdat het kon, waar ik lachte, schaterde of boos was, zo boos dat ik schreeuwde en het me niet kon schelen dat iemand me hoorde, waar ik in mijn hoofd brieven bij elkaar schreef om mensen te schrijven die me tot op het bot gekwetst hadden, waar ik straalde, schitterde, haast licht gaf, het park waar ik langzaam liep, met pijnlijke voeten na een Kennedymars van de dag ervoor, me verwonderde om sneeuwklokjes en krokussen, waar ik minutenlang naar spelende honden kon kijken, prachtige ontmoetingen had, op mijn hoede was voor ongure types, waar ik moed verzamelde om stappen te zetten, het park waarin alle seizoenen altijd even prachtig waren, waar ik zo vrij als een vogel was of met mijn ziel onder de arm liep, dat park, mijn park, mijn Rosorum, nou dat park, daar hebben ze dus, zonder dat ik het in de gaten had, aan de Arnhemseweg, zomaar ineens, gewoon echt, alle bomen gekapt.

      Reply
  2. En toen kwam ik erachter dat in mijn verstuurde bestand twee spelfouten zaten….
    Stom, stom, stom.

    Maar maakt mij niet minder blij met mijn geschreven stukje.
    Dus hier mijn verhaal:

    Genieten.

    De vogels floten en kwetterden. De wind ruiste door de bomen.
    Stralen zon hadden zich door het dikke bladerendek heen geworsteld en schenen op de bosgrond. Hier groeiden verschillende planten en bloemen die zich voedde met het vocht dat de grond vasthield en het zonlicht dat nu op hun scheen.
    Het was een oud bos. De dikke grillige stammen van de bomen toonden aan dat hier jaren geen mensen geweest waren. Tot nu.
    Ik had het bos op een kaart zien staan en zocht een plek om tot rust te komen. Even geen mensen om mij heen. Weg van alle gekte die er in de wereld speelde. Het was een goede zet geweest om hier te komen. Ik liet alle geluiden tot mij doordringen. De rust, de kalmte van de natuur.
    Een reusachtige boom, met grillige zijtakken trok mijn aandacht. Ook al was ik midden in een dicht bos, het leek wel of deze boom al het zonlicht naar zich toe trok en het vervolgens uitstraalde. Ik raakte met mijn hand de stam aan, voelde de oneffenheden van de barst. Dit geweldige exemplaar was al in geen jaren door iemand gezien.
    Ik besloot te gaan zitten tussen zijn wortels. Met mijn rug tegen de stam, keek ik naar de fantastische wereld om mij heen.
    Ik zag de vogels hun eten zoeken. Een eekhoorn kwam vanuit een boom naar beneden geklommen. Hij zocht tussen de bladeren op de grond, vond een nootje en ging met een roodbruine flits de boom weer in.
    Verderop zag ik beweging tussen de bladeren. Toen ik goed keek zag ik een muisje, welke in de gaten gehouden werd door een slang, die klaar lag om toe te slaan als zijn maal in zijn buurt kwam.
    In de boom voor mij, zat hoog in de boom zat een uil te slapen. Hij zat verstopt tussen de bladeren, maar als de wind precies vanuit de goede hoek blies, werd hij onthuld.
    Harder geritsel trok mijn aandacht, een hert stapte tussen de lage struiken door, op zijn gemak, zonder door te hebben dat ik naar haar keek.
    Als je stil was en alle geluiden van de vogels weg filterde, hoorde je het geluid van kabbelend water. Hier niet ver vandaan moest een beekje lopen, welke ervoor zorgde dat de dieren, planten en bomen genoeg water hadden om te kunnen groeien.
    Deze plek was in één woord genieten!

    Reply
    • Haha, zo typisch dat je spelfouten vindt na het versturen van je tekst! Het overkomt ons allemaal wel eens, dus goed dat je je er niet druk om maakt :)

      Reply
  3. In mijn schaduw

    Het was een donderdagavond toen ik hem voor het eerst zag. Ik was pas twee maanden oud. Het waaide die avond vreselijk hard en mijn stengels dansten vrolijk mee met de wind. Het beloofde een stormachtige nacht te worden. Los van het geluid van de gierende wind en wat piepende takken van de oudere bomen was er niet veel meer te horen in het bos. Totdat de ons bekende geluiden plots werden onderbroken door een plof in het zand. Ik keek op. Daar zag ik hem: in paniek en huilend. Het ploffend geluid hadden alleen mijn dichtstbijzijnde buren en ik gehoord. En ik begreep heel gauw waarom. Het geluid kwam namelijk van de bagage die hij vlak naast mij had laten vallen. Ik keek ernaar en zag twee tranende ogen naar me staren. Het gezicht zat vol blauwe plekken en schrammen. Ze leefde nog. Haar borstkas ging heftig op en neer terwijl er heel veel bloed stroomde uit een gapende wond die ze in haar maagstreek had. Ik keek wanhopig naar de man en vroeg me af waarom hij haar niet hielp. Toen zag ik de schop in zijn hand. Hij keek naar links, naar rechts en toen naar mij. Hij legde zijn rechterhand om mij en trok me de bodem uit. Ik voelde een deel van mijn wortels breken, maar kon er niks van zeggen. Hij gooide me op de grond, begon een gat te graven en duwde de huilende vrouw in het gat.
    ‘Niet doen! Je maakt haar en mij dood!’: riep ik, maar hij hoorde me niet.
    Ik lag daar achterover in het zand terwijl mijn hart bloedde. Hij maakte het gat dicht en trapte in het zand. Toen viel zijn blik weer op mij. Hij pikte me op, maakte met zijn handen een klein gaatje in het zand waaronder de vrouw lag en duwde mijn wortels erin. Nadat hij wat zand om mijn wortels heen had gegooid, pakte hij zijn schop en vertrok. Ik huilde. Ik wou de vrouw helpen, maar ik kon niet. Om haar pijn te verlichten zorgde ik er dus voor dat ze altijd in de schaduw lag. En zolang ik leefde, zou dat zo blijven.
    En de man? Die kwam nu al 70 jaar elke dag naar ons kijken. Hij zat dan voor tien minuten in mijn schaduw te huilen en vertrok weer.

    Reply
  4. De verdwijning van G.

    Om geen risico te nemen heb ik alle negatieven zelf ontwikkeld en afgedrukt. Zesendertig foto’s. Zesendertig keer hoopte ik op een glimp, een schim, iets, hoe klein dan ook.

    “Wow, die daar, die is perfect!” G. keek me aan. Haar grote blauwe ogen straalden. Ze had gelijk. Deze was inderdaad perfect. De takken, de hoge bladeren, de frivole vormen. En wat stond hij vrij, en wat was hij prachtig uitgelicht – alsof het bos unaniem aanvaard had, dat dit wel hun zonnekoning moest zijn. Rondom hem groeide zacht fluweelachtig mos, als een verend groen koninklijk bed.
    G. gooide haar rugzak op het mos en schopte haar gympies uit. “De witte jurk….” “Ja natuurlijk, de witte jurk.” Terwijl ik mijn camera instelde trok ze haar favoriete fotoshoot-outfit aan. Het witte jurkje waarmee we al zoveel hadden beleefd. Modder, sneeuw, zand, zee, hitte. Het was gescheurd, vol met vlekken en inmiddels verre van wit, want we hadden gezworen het pas te wassen als we helemaal klaar zouden zijn met ons werk.
    Tegen beter weten in hoopten we beiden dat dat moment nooit zou komen. “Ben je er klaar voor?”, vroeg G. met haar allermooiste glimlach. Het dunne jurkje speelde met de lijnen van haar ranke atletische lichaam. Adembenemend als altijd. “Ja, klaar”. We begonnen.
    Op haar blote voeten liep ze rond de koningsboom en streelde met haar lange dunne vingers teder de ruwe schors, ze strekte zich uit, keek omhoog en leek de wereld om zich heen te vergeten. In een oogwenk was ze meters van de grond. Als een ballerina danste ze moeiteloos van tak naar tak. Hoger en hoger. Ja….dit was onze flow.
    Ik fotografeerde haar betoverende ongrijpbare schoonheid. Ze krulde zich sensueel rond de kronkelende takken, alsof ze de boom wilde uitdagen haar te vangen. Roekeloos en zelfverzekerd tegelijk.
    Met een doffe klik blokkeerde de camera. Zesendertig. Het filmpje vol.
    “G., wacht even!” De camera voelde vreemd en het ging moeilijker dan anders. Alsof mijn handen versteend waren. Het leek een eeuwigheid. Toen ik weer opkeek zag ik slechts de boom, met vals ritselende bladeren in de plotseling opgestoken kille wind.

    Het begon zacht te regenen. Op het groene bed van mos lag alleen nog een zuiver wit jurkje. Zonder scheuren, zonder vlekken.

    Zo verdween G. voor altijd van de wereld.

    Reply
  5. Illusie of hoop

    Anna trekt opgewonden haar kledingkast open. Het is zover!
    De kinderen zijn logeren. De oudste is een weekend weg, de middelste slaapt bij een vriendin en de jongste bij een neefje. Zo, perfect geregeld, denkt ze bij zichzelf. Op het bed ligt een kleine rugzak. Anna kijkt nog eens naar haar kleding in haar kast en overpeinst wat ze mee zal nemen. In ieder geval een warm vest voor de koude nacht en een set schone kleding. Anna hunkert naar meer connectie met de natuur en gaat erop uit.

    Bepakt met waterflessen, een rugzak en een tentje wandelt Anna door het bos. Het is een prachtige omgeving; een bos- en waterrijk gebied. Opeens blijft ze roerloos staan. Haar mond valt open. Ademloos staart ze naar de boom. Omringt door het bos. Wat een magisch beeld! Ze trekt haar schoenen en sokken uit. Op een deken van mos loopt ze naar de boom. Iets verderop hoort ze een watertje stromen. Ze besluit haar tentje op te zetten. Anna is helemaal in haar element. Van takken en stenen maakt ze een cirkel. In het midden zet ze haar tentje.
    Van al dat werken heeft Anna trek gekregen. Ze realiseert zich dat ze niets bij zich heeft en gaat op pad. In de nabije omtrek vindt ze wat bessen, paddenstoelen en een handvol brandnetels. Het wordt donker. Donker en stil. Anna rilt en trekt de kraag van haar vest omhoog. Ze neemt een teug lucht, zucht diep en valt in slaap. Vogels wekken Anna met hun gezang. Haar gedachten dwalen af en Anna geniet van de bosgeluiden. Maar dan schrikt ze op uit haar gedachten. Ze hoort iets. Is daar iemand? Ze steekt haar hoofd door de opening van de tent. Door de eerdere regenval is het bos gehuld in een deken van nevel. Prachtig om te zien hoe deze duizenden minuscuul kleine waterdruppeltjes zich manifesteren. De opkomende zonnestralen dringen zich een weg door de nevel heen. Ze geniet en voelt zich levendig. Ze gaat onder de boom zitten en kijkt langs de boomstam omhoog. Ziet ze nu daar elfjes?

    Door een pijnscheut schrikt Anna op. Ze kijkt om zich heen. Ze ligt op een bed. Een verpleegkundige haalt het infuus van de chemo uit haar arm. ‘Het zit erop Anna. Tot volgende week’, zegt de oncoloog. Anna knikt, met tranen in haar ogen. Verdomme, het was een droom…

    Reply
    • Mooi geschreven, ik krijg er kippenvel van.

      Reply
    • Super mooi geschreven!

      Reply
  6. Te veel

    De warmte in het bos komt niet van de zon. Een fee dwarrelt rond. Ze ziet een viooltje dat te klein is om boven het gras op de open plek uit te komen. Ze knielt neer en legt haar vingers om de bloem, die met zijn bladeren haar omhelzing gretig ontvangt. Ze sluit haar ogen. Een zacht licht vloeit vanuit haar hand naar de bloem. Meteen groeit hij boven het gras uit. De fee opent haar ogen en ziet voor haar een heel veld van viooltjes omhoogkomen. Door een zachte bries van de wind lijkt ze even aan de rand van een meer te staan. Ze glimlacht, knikt tevreden en huppelt dieper het bos in. Daar wordt het steeds donkerder. Ze stopt met huppelen. Haar schouders schokken door een koude rilling. Met haar rechterhand uitgestoken loopt ze zoekend verder. Bij een grote eik blijft ze staan. Ze legt haar hand op de stam, maar trekt hem meteen geschrokken terug.
    “Dat kan ik niet doen. Je bent een boom. Je zult niet gelukkig worden.”
    Voorzichtig legt ze haar hand weer op de stam. Ze schrikt nu niet meer. Een traan loopt over haar wang en ze knikt. “Oké, ik zal je helpen.”

    Een man in pak en een aktetas in zijn hand loopt druk pratend tegen zichzelf door het bos. Tot hij bij een open plek komt. Daar blijft hij abrupt staan. Hij ademt diep in, slingert zijn aktetas weg en trekt zijn schoenen en sokken uit. Daarna gaat hij recht staan, spreidt zijn armen en sluit zijn ogen, laat de zon op zich vallen als een cactus die geniet van de regen.
    “Hallo,” zegt een zachte stem.
    Verschrikt opent de man zijn ogen en ziet een vrouw, die anderhalve meter voor hem staat.
    Ze kijkt hem strak aan.
    “Ik sta even stil,” zegt hij met een onschuldige blik. “Het leven is zo druk. Ik kan nooit eens even stil staan. Waarom zijn mensen toch zo druk?” De man kijkt naar zijn blote voeten in de bladerpulp. “Ik herinner me een tijd dat ik gewoon kon stil staan. Een tijd dat van alles om me heen gebeurde, maar ik bleef staan. Daar verlang ik zo naar.”
    De vrouw glimlacht en legt haar hand op zijn arm. “Ik denk wel dat ik weet aan welke tijd je denkt. Daar kan ik je wel mee helpen.”
    Hij glimlacht in haar licht.

    Reply
  7. Verdwaald
    Ik ben volgens mij al een paar keer om deze boom heen gelopen. Ik denk dat ik hem van alle kanten heb gezien. Hij komt me zo bekend voor. De zon valt er pal op. Het moet rond 12 uur zijn, de schaduwen zijn zo kort. Pfff wat is het heet. Mijn hemdje is nat van het zweet. Ik veeg een paar klamme haren uit mijn gezicht. Waarom moest ik nou zo nodig op onderzoek uit? Oh, daar is die modderige kuil weer waar een paar vederpalmen omheen staan. Was ik nou net ook van deze kant gekomen of van de andere kant? Waarom zijn die wegwijzers ook zo onduidelijk? De gele stippen op boomstammen en rotsen, die de weg zouden moeten wijzen, zijn in de loop der jaren door weer en wind verbleekt. Ik weet dat bij die ene grote kale cactus het pad terug naar huis is. Maar die zie ik nergens meer. Ineens realiseer ik me dat ik geen enkele vogel hoor. Nu pas? Of was het al de hele tijd zo stil? Waar zijn alle parkieten gebleven? Ik hoor mijn eigen voetstappen op de droge grond en het ruisen van mijn bloed. Verder niets. Het is windstil. Zo stil. Ik ga maar even liggen. Ik heb dorst, maar ik heb geen water bij me. Ik zou alleen maar even op zoek gaan naar… Naar wat ook weer? Nee, ik moet echt even gaan liggen. Die boom… die doet me denken aan… thuis?
    De twee psychiaters kijken vanachter de hoge ramen neer op de kale tuin van de inrichting. Er staat één grote oude eik in het midden van de tuin. Verder is het een dorre bedoening. De jonge vrouw heeft de hele ochtend rondjes gelopen om de eik. Het is koud, maar ze loopt zonder jas in een dun hemdje. Nu om 12 uur breekt een waterig zonnetje door de grauwe wolken en licht de stam van de oude eik op. Ze zien de vrouw opkijken naar de oude eik die nu lijkt te stralen door de aanraking van de zon. Ze vlijt zich neer onder de boom en lijkt in slaap te vallen. Zo’n trieste case… ze leek zo veelbelovend toen ze een paar jaar geleden uit Curaçao kwam om in Nederland te gaan studeren. Maar nu lijkt ze helemaal de weg kwijt. Waar zou ze toch naar op zoek zijn?

    Reply
  8. Omvangrijk dossier

    Hier gebeurde het, nu zes jaar geleden, ze hadden samen tegen deze boom gezeten.
    Ze bekijkt verdrietig de foto…

    Floor was gaan backpacken met haar beste vriendin Kim en samen doorkruisten ze Argentinië.
    Daar bezochten ze musea en allerlei culturele bezienswaardigheden en maakten talloze foto’s en grappige selfies.
    ’s Avonds gingen ze steevast de plaatselijke kroeg in om een Argentijns wijntje te drinken, heerlijk fris en fruitig.

    Maar deze dag waren ze van plan om de Argentijnse natuur te ontdekken, de route was uitgestippeld en het beloofde een fraaie dag te worden.
    Goed voorbereid en met een rugzak vol essentiële spullen liepen ze over het
    ongelijke, stoffige pad dat hen door het wondermooie groen leidden.
    Na een paar uur te hebben gewandeld, vonden ze een plekje tegen een robuuste boom om uit te rusten.
    De zon stond hemelhoog en zocht zijn weg tussen de bomen door.
    ‘Ik moet nu toch echt heel nodig,’ zei Kim tegen Floor. ‘Bosjes genoeg,’ lachten ze naar elkaar.
    Toch ging Kim, een eindje verderop, een donker plekje zoeken.
    ‘Gewoon, voor het idee!’ riep ze haar nog toe.
    Kort daarna klonk er een gesmoorde kreet en een akelig slurpend geluid. Het sneed dwars door Floor ’s ziel en haar haren schoten direct rechtovereind.
    ‘Mijn god, waar ben je?’ riep ze in shocktoestand, maar Kim gaf geen antwoord.
    Er heerste, abrupt, een oorverdovende stilte…

    Totaal in paniek en zonder contact met de bewoonde wereld zocht Floor, doodsbang, de omgeving af.
    Ze weet nog dat haar knieën zo heftig knikten, dat ze bijna de controle over haar benen verloor, maar ze moest door.
    Kim was nergens te bekennen, ze leek te zijn opgeslokt door de donkere aarde.

    Snel moest Floor actie gaan ondernemen en besefte dat ze een spoor van voorwerpen zou moeten achterlaten, anders wist ze nóóit meer deze lugubere plek terug te vinden.

    Uren later had Floor telefoonbereik en toen ze uiteindelijk een politiebureau bereikte, vertelde ze in verward Engels, wat er was gebeurd.
    Twee rechercheurs reden met haar de route terug, haar aanwijzingen wezen vanzelf de weg.

    Toen ze op de plek des onheils aankwamen leek alles rustig… haast sereen…, maar de politiemannen wisten wel beter.

    Een paar eeuwen geleden werden hier gruwelijke rituelen uitgevoerd, sindsdien zijn er
    41 mysterieuze verdwijningen, elke tien jaar één, altijd medio september.
    Telkens weer onverklaarbaar, zonder enig spoor na te laten.

    Kim kreeg dossiernummer 42.

    (Wordt vervolgd.)

    Reply
    • Die laatste zin, ‘Kim kreeg dossiernummer 42’, vind ik geweldig!

      Reply
  9. De moederschoot van de Kashewboom
    Ik schrijf een boek. Over wandelen weliswaar, maar toch. Het wandelgebied beslaat een luttele eenentwintig vierkante kilometer en ligt in een uithoek van de Caribische zee. Wie komt daar nu? Maar toch. Ik schrijf een boek.
    Vannacht ga ik slapen op het uiterste puntje van Sint Vergilius. Vier kilometer lang mijn weg zoeken door onherbergzaam gebied, hier en daar wat klauteren. De top bestaat uit een schuinoplopende plaat van vulkanisch gesteente. Driehonderdzestig graden uitzicht.
    Ze staat net onderaan de vulkanische plaat. Een Kashewboom, uitgegroeid tot een machtige reus. Haar kroon, zo breed uitwaaierend alsof ook haar takken proberen houvast te krijgen aan de rotsblokken. Ik nestel mijn hangmat in haar verlangende armen. Vandaag straalt ze nu de ondergaande zon haar blaadjes stuk voor stuk omhult met vloeibaar goud.
    Ik gebruik het verdwijnende licht om een boterham te eten. De sterren komen op als minuscule vuurvliegjes. Geen mensengeluid. Ik kan mijn handen niet meer zien. Ik kruip in mijn hangmat en zak daar, zacht gewiegd in haar armen, in een diepe slaap.
    Ik wil me bewegen, maar het gaat niet. Ik wil roepen, maar er komt geen geluid. Mijn hangmat wordt van beide kanten aangedraaid. Ik voel me als een verpopte rups, net voordat ze een vlinder wordt. De takken van mijn heldin buigen naar binnen, naar de stam toe. Als twee grote voorpoten van een spin beweegt ze haar prooi naar haar bek om met haar giftanden de verdoving aan te brengen. Of heeft ze de verdoving al gegeven? Ik word tegen de stam aangeduwd. Ik kan me niet bewegen. Ik kan niet roepen. En wie zou me horen? Ik ben uren lopen van de bewoonde wereld. Mijn hersenen razen. Ik voel de weerstand van de stam afnemen en ik word naar binnen geslurpt alsof de boom een hap spaghetti neemt. Dan is er een weldadige ruimte en langzaam ontspant de hangmat zich en kan ik heel voorzichtig bewegen. Mijn hersenen kalmeren. Ik voel me veilig in haar schoot. De wind is flink aangewakkerd en aan de lucht zie ik dat de dag niet lang meer op zich laat wachten. Ze heeft mij op tijd gewaarschuwd. Ik breek op en zoek beschutting tussen de lagergelegen begroeiing.
    Slaapverlamming, beweert mijn dokter, overtuigd van zichzelf. Uw hersenen waren al wakker, terwijl uw lichaam nog sliep. In mijn boek staat een nieuwe anekdote. Hoe ik terechtkwam in de moederschoot van de Kashewboom.

    Reply
  10. Eeuwig.

    Eén keer per jaar kom ik weder.
    Wadend door het inmiddels dichtbegroeide bos, om te kijken hoe het hier, op dit moment is. Ervanuitgaande van het feit dat bijna niemand weet waar hier is en dat het aantal mensen met deze kennis elk jaar afneemt, maakt me dit blij en verdrietig tegelijk.
    De locatie is eigenlijk best moeilijk te vinden, grofweg twee kilometer buiten de beschaving en inmiddels verscholen tussen het groen van de naald en eikenbomen, vijfhonderd meter vanaf een slecht onderhouden zandpad, ligt deze oase van mijn geheugen in zijn eigen tijdzone.
    Elke stap die ik lopend, door het mulle zand, vanaf de parkeerplek aan de rand van het dorp zet en langs de bomen met hun specifieke geuren neem, die mij dichterbij het doel brengen, levert een evenredig gevoel van heimwee op.
    Geen verplichting, maar een mentale tijdmachine die me terugbrengt naar betere tijden.
    ‘Waarom blijf ik hier komen?’ is een gedachte die plots door mijn hoofd speelt, vlak voordat ik er ben en me vult met twijfel.
    Ben ik bang dat mijn gevoel veranderd als ik hier vaker kom? Dat ik afstomp of hoop ik juist daarop zodat ik verder kan met de toekomst?
    Is het een terugkerende impuls, een soort plichtsbesef naar het verleden, een traditie, een kastijding of een bedevaartsoord evenals pelgrimstocht of misschien combinatie toch daarvan?
    Ik weet het werkelijk niet. Het enige wat ik kan doen is mijn gevoel volgen, hoe vaag dit ook klinkt.

    De plek waar ons huis ooit stond, is nu verplicht verdwenen door de vooruitgang.
    De plaatsen waar we zaten en aten, lachten en speelden, zijn nu overwoekerd door onkruid en vreemde planten.
    Maar deze boom staat er nog, net als toen ik je nog maar kort kende. Ik herinner me dat we kusten onder de bladeren en elkaar onze liefde verklaarden. En nu zie ik elk jaar de boom verder aftakelen, eigenlijk net als onze liefde tegenwoordig. Het is al jaren geleden dat je meeging op deze zelfverzonnen bedevaart en ik herinner me dat je zei dat ik een eeuwige dromer was, iets wat je vroeger kon waarderen. Toch zie ik vandaag kleine takjes aan de voet van deze kolos ontspruiten.
    Blijkbaar is mijn boom symbool voor een tijd die was, die is en hopelijk wordt. Onaantastbaar voor de tand des tijd en gaat eeuwig doorgaand.
    Een mooie gedachte.

    Reply
    • Jammer. toch een aantal (domme)foutjes.

      Reply
  11. Soep

    Twee jaar alweer, geïrriteerd loopt ze naar de keukenkast. Pakt wat harder dan de bedoeling is de knop, die ze nu in haar hand houdt, ook dat nog. Met haar tong uit haar mond schroeft ze het knopje er weer op. Pakt dan de pot met kruiden en gooit een hand vol in de pan met soep. Wat is het toch een naar mens, iedere dag klaagt ze. Haar vorige dienstmeisje was sneller, beter. Tranen springen in haar ogen, ze wil hier ook helemaal niet werken. Maar haar moeder heeft het geld nodig, ze heeft nog vier zusjes en een broertje onder zich. De man is aardig, vriendelijk en vrolijk. Jammer voor hem om met zo’n serpent getrouwd te zijn. Ze ziet heus wel dat hij zijn vrouw probeert te ontlopen. Als de vrouw ’s middags een dutje doet komt hij steevast naar de keuken, dan drinken ze thee en praten honderduit. Zodra zijn vrouw wakker is en zij hem met haar snerpende stem roept, ziet ze hem schrikken en inkrimpen. Dan verdwijnt hij door de achterdeur, legt zijn vinger op zijn lippen en glimlacht naar haar.
    Vanmiddag moet ze bessen in het bos gaan halen. Zoals altijd, valt in het bos de spanning van de afgelopen week van haar af. Ze weet waar de rijpe bessen hangen. Haar moeder heeft haar ingewijd in alles wat het bos vrijwillig aan voedsel geeft. Heerlijke paddenstoelen, vooral rond de grote boom, daar groeien de lekkerste bessen en natuurlijk kruiden. Ze plukt een mand vol bessen en neemt meteen wat paddenstoelen mee dat is lekker voor in de soep. Met de bessen maakt ze nog een heerlijke taart als dessert. Ze bedient meneer en mevrouw van de soep. Ze genieten in ieder geval volop van haar kookkunst, daar krijgt ze geen klachten over.
    Maanden later zit ze met meneer aan de keukentafel, ze eten vergenoegd van haar zelf gebakken rozijnenbrood, met veel boter en zelfgemaakte bessenjam. ‘Bent u nog verdrietig meneer, het was zo plotseling.’ Hij kijkt peinzend naar buiten, ‘je moet wel verder.’ ‘Toch vreemd, u at dezelfde soep en ik had er in de keuken ook van gegeten. De veldwachter heeft geconcludeerd dat zij pech heeft gehad, precies een verkeerd stukje paddenstoel heeft erbij moeten zitten?’ Ze kijken elkaar glimlachend aan. ‘Nou op ons dan maar,’ ze toosten hun boterhammen tegen elkaar, waarop hij zucht, ‘heerlijk.’

    Herma
    juni 2020

    Reply
  12. Robin en Lima

    ‘Wat je zegt : ik heb paarse wenkbrauwen van mijn roze bril, een geel snoetje van mijn meisje en witte en zwarte wimpers van wanneer als je een foto van me neemt.’

    De grootste boom van alle was een eik. Daaraan waren geen prenten of geschriften te bespeuren, al torende hij dan fier en imposant boven de andere bomen uit. Met brede en diverse armen slingerde de eik zich de hoogte in.
    Het was alsof de bosmeester ons kon zien, alsof hij Lima en Robin gadesloeg. In ieder geval leek hij je aanwezigheid aan te voelen. Verstrikt in een van de takken wapperde een gele sjaal, gebiesd met kraaltjes en bescheiden draadjes en vezels, als van papyrus.
    ‘Die sjaal komt denk ik,’ zei Robin, ‘hier graag vertoeven.’

    Om uit te waaien, zei Robin, dus had hij de sjaal een plekje gegeven aan de negentiende tak van de eikenboom.
    Lima keek aandachtig naar de negentiende tak.

    ‘Als je bij de stam begint,’ zei Robin, ‘kan je zesentwintig dragende takken tellen. Daar houdt de eik ons zoet mee. Het is een eik en kan dus wel eens eigenwijs doen. Soms zegt hij de meest eigenaardige dingen.
    ‘O ja ?’ vroeg Lima.
    ‘Ja, onlangs nog. Toen zei ie het volgende :

    “Ben ik hier, ben ik dan niet elders, ben ik zelden zelden, valt dat dan te melden, heb je dan nog vragen, moet je ’r ’t maar op wagen, kan je dat niet dragen, doe het dan met sier…”’

    ‘Wat betekent dat ?’ vroeg Lima.
    ‘Best mogelijk dat hij mokte over mopperende motten,’ zei Robin, ‘of over al te montere onomatopeeën.’
    ‘Wat zijn onomatopeeën ?’ vroeg Lima.
    ‘Een woord dat fonetisch het geluid dat het beschrijft, nabootst of suggereert. Sommige dingen kan je alleen verklaren door een ander moeilijk woord.’

    Er was of zát iets in die boom, wat van iets leek te willen gewagen, maar desalniettemin het zwijgen bewaarde.
    Er verscheen nu een duidelijke opening in de brede mantel van de eik. Een onverwachte deur, groot genoeg voor twee. De doorgang keerde zich gewillig naar beide jongeren.
    Vanuit het schemerige binnenste kwamen enkele blauwe lichtjes hen uitnodigend tegemoet.
    Ze wezen waarschijnlijk de weg. Lima stelde zich voor dat ze dit al eens eerder gezien had, maar voor ze de herinnering eraan met Robin kon delen, verdween haar suizebollen weer, bijna net zo raadselachtig als het was opgekomen.

    Reply
  13. Kapok

    Met iedere stap die ik zet, krijg ik meer spijt van de beslissing die me tot dit punt heeft geleid – maar, zeg ik tegen mezelf, ik ben er nu eenmaal. Hoe ik het ook wend of keer, er is simpelweg geen weg meer terug.

    De relatieve duisternis van de jungle is iets dat ik niet had verwacht. Ik had niet verwacht dat de bomen tot ver voorbij de hemel zouden reiken, en dat ze het leeuwendeel van het zonlicht tot zichzelf zouden houden. Takken krassen in mijn gezicht, de lianen dreigen me keer op keer vast te grijpen en naar de grond te sleuren.

    De hitte is iets dat ik had onderschat. Mijn hemd kleeft aan mijn bovenlijf, de benauwde lucht ontneemt me de adem. Met een milde paranoia schieten mijn ogen heen en weer tussen alle vreemde geluiden. Geritsel, het eindeloze geroep van naamloze vogels, en vele, vele andere geluiden die ik als stadsmens nu voor de eerste keer waarneem.

    Zoveel verder kan het toch niet meer zijn? Ik ben me ervan bewust dat deze gedachte al talloze keren door mijn hoofd heeft gedwaald. Maar de tijd begint te dringen; als ik nu niet de standplaats van de oeroude Kapok vind, zal dat ook nooit meer gebeuren.

    Het zou me niet verbazen als ik hier al dagen rondliep. Als de aarde al keer op keer de reis rondom zijn as had volbracht, terwijl ik hier vast zat in een doolhof van hitte, duisternis en roofdieren waarover ik weiger teveel na te denken. Mijn keel brandt, en mijn trillende handen klampen het stuk papier steviger vast.

    Als uit het niets lijkt mijn omgeving op te klaren. Met mijn ogen samengeknepen, een hand opgeheven tegen het felle licht, laat ik de dicht-bepakte jungle achter me.

    De Kapok.

    Hij staat er.

    Mijn onderlip trilt. Het papier kreukt in mijn handen als ik neerval op mijn knieën.

    “Mr. Smith? Excuse me? We have been looking for you for the past thirty minutes!”

    Met een schok kijk ik op naar mijn expeditieleider. De reisbrochure glipt uit mijn hand terwijl ik opkrabbel van de grond. Ik kijk hoe het papiertje wegwaait – heel even zie ik de foto van het ontmoetingspunt Kapok als een miniatuurtje naast het echte exemplaar; dan is hij weg. Met een schaapachtige glimlach draai ik me naar de rest van de groep, en mompel een snelle sorry.

    De safari gaat verder.

    Reply
  14. Umbra

    Als hij niet beter zou weten, zou hij denken dat het een sprookje is. Het ochtendlicht begint door het bladerdek van de imposante boom te schijnen. Omgeven door mystieke schittering. Waarom ziet hij ze niet?

    ‘Is dit de juiste plek?’
    Ze hurkt naast haar geweer en probeert in het klamme mos sporen te ontdekken. Het bos, haar wereld.
    Er zijn drieënhalf uur verstreken vanaf het moment dat hij hard op haar deur heeft gebonsd. Hij praatte warrig, maar het bloed op zijn kleding verraadde de ernst van de situatie. Binnen drie minuten stond ze buiten; gewapend met verdovingsgeweer en zaklamp.
    ‘Ik herken deze boom echt wel’, zijn stem slaat over van vermoeidheid.
    Met zijn mouw veegt hij langs zijn voorhoofd. Bloed. Midden op zijn hoofd verdwijnt zijn vinger in een gat. Geen tijd voor pijn. Hij moet ze vinden.
    Paniek, woede en onmacht beginnen zich te mengen. Hij schreeuwt het uit en valt op zijn knieën. Vogels vliegen op.
    Waarom wilde hij dan ook geen mobieltjes mee? Hij kan zich nu wel voor zijn kop slaan, als er al niet een gat in zat.
    ‘Ik zie geen enkel spoor. We gaan terug naar uw auto, of wat daarvan over is.’
    ‘Teruggaan?!’ Hij wil niet gaan. Hoe kan ze dit voorstellen? Hij staat op en kijkt de furie in haar ogen. Het schuim verzamelt zich in zijn mondhoeken. Hij begint op haar af te lopen. Steeds harder, steeds kwaaier.
    De boswachter staat op, ze richt en schiet. Hij landt met een doffe klap voor haar voeten op het zachte mos.

    Er verstrijken acht dagen voordat hij wakker wordt.
    De verpleegster vertelt hem dat er bezoek op de gang staat. Hij knikt. De camouflagegroene broek en jas herkent hij direct.
    ‘Fijn, een bekend gezicht.’
    De boswachter lacht slapjes. Ze overhandigt hem een gehavende portemonnee.
    ‘Deze hebben we bij het wrak gevonden. Helaas zit er niets in waaruit we kunnen opmaken wie u bent. Het spijt me.’
    Ze draait zich om en vertrekt.
    Huiverend klapt hij de portemonnee open. Zijn vingers slaan alle zichtbare vakjes over. Hij haalt een fotootje tevoorschijn uit een opening in de naad; gescheurd en deels verbrand. Een schim van een gezin die steeds verder vervaagt. Op de achtergrond de mystieke boom. Het fotootje en de portemonnee belanden in de prullenbak. Zijn ogen vullen zich met tranen.
    Het enige vertrouwde is net zijn kamer uitgelopen.

    Reply
  15. Zo leuk om zo veel inzendingen onder elkaar te zien! Zo ben ik niet de enige die van jullie verhalen geniet :) Bedankt voor het delen, iedereen!

    Reply

Leave a Reply to Ekster Alven Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *