Schrijfwedstrijd februari 2021

Schrijfwedstrijd februari 2021

Update: de wedstrijd is gewonnen door Ester met het verhaal ‘Enkele reis’. Gefeliciteerd!

Wil je een mailtje ontvangen wanneer er een nieuwe schrijfwedstrijd is? Meld je dan aan voor mijn gratis schrijftips en -oefeningen.

Zo doe je mee aan de schrijfwedstrijd februari 2021:

  1. Laat je inspireren door deze foto!
  2. Schrijf een kort verhaal van max. 400 woorden (incl. titel) in het Nederlands of Engels.
  3. E-mail je verhaal als Word-bestand uiterlijk zondag 28 februari 2021, 23.59 uur Nederlandse tijd naar info@kellymeulenberg.com.
  4. Bonus: als je trots bent op wat je hebt geschreven, deel het dan in de reacties hieronder! Dit is niet verplicht, maar wel heel leuk :)

 

Dit kun je winnen:

Iedere deelnemer die aan alle bovenstaande voorwaarden voldoet krijgt een mini-coachsessie (t.w.v. € 20,-), waarin we je verhaal en evt. schrijfvragen bespreken. (Je kunt dus meerdere verhalen insturen, maar je krijgt één sessie.)

Daarnaast verloot ik één gesigneerd exemplaar van Schrijverig: Het inspiratieboek voor beginnende schrijvers (t.w.v. € 18,95 incl. verzendkosten). Dit boek staat vol persoonlijke en creatieve schrijfoefeningen, plus tips om veelvoorkomende schrijftwijfels om te denken.

Deelnemers ontvangen de uitslag op vrijdag 5 maart. De uitslag wordt ook bekendgemaakt op deze pagina, mijn sociale media en in mijn e-mailnieuwsbrief.

 

Overige voorwaarden:

De prijs is niet in te wisselen voor geld. Ik vermeld de naam van de winnaar op mijn site, sociale media en in mijn nieuwsbrief – door je verhaal in te zenden, geef je hiervoor toestemming indien van toepassing. Je verhaal zal niet door mij gedeeld worden en alle rechten blijven bij jou.

 

Klaar? Schrijven maar!

Deadline: zondag 28 februari

Klik op de foto om hem te vergroten:

De foto voor de schrijfwedstrijd februari 2021. Foto door Alexander Popov via Unsplash

Inspiratie nodig? Lees het artikel: Hoe schrijf je een verhaal bij een foto?

Veel schrijfplezier!

21 Comments

  1. Post-it

    Stad van de onbegrensde mogelijkheden. Dromen en verwachtingen.
    Ons appartementje samen. Wij tegen de wereld.
    Succes en failure.
    Ik zet het literpak halfvolle melk terug in de koelkast en sluit de deur.
    Onze foto triggert mijn gedachten naar je laatste woorden: mijn glas is halfleeg.
    Je sprong.
    De gele smiley kijkt me zwijgend aan.

    Reply
    • Nice!!

      Reply
  2. Na 16 jaar

    ‘Wat vind je van het uitzicht?’ vraagt Michel aan Claudia, terwijl hij haar vol verwachting aankijkt.
    Ze zitten bovenop de vestingmuur van een verlichte oude stad, die zich weids voor hen uitstrekt.
    ‘Het is prachtig,’ zegt ze, ‘precies zoals je het had beschreven.’
    ‘Ja, hè,’ zegt Michel. ‘Ik houd van deze geweldige stad. Tien jaar geleden kwam ik naar Colombia en werd meteen verliefd op Cartagena. Het heeft alles wat ik zocht. Een heerlijk strand, mooie historische gebouwen, vrolijke vriendelijke mensen en verrukkelijk eten. Ik wil hier nooit meer weg en laat het jou graag zien. De stad is speciaal voor me net zoals jij dat bent, lieverd. Ik had nooit gedacht dat we na 16 jaar weer bij elkaar zouden zijn. Ik ben zo blij en hoop je nooit meer kwijt te raken.’
    Dan laat Michel zijn hand in zijn broekzak glijden en haalt er een klein zwart doosje uit. Hij knielt voor Claudia, klikt het doosje open en houdt haar een ring met een diamant voor.
    ‘Mijn lieve Claudia, wil je met me trouwen en de rest van ons leven hier met me wonen?’
    Ze kijkt hem blij verrast aan. Terwijl de tranen over haar wangen stromen, knikt ze en zegt volmondig: ‘Ja graag, schat!’
    Michel staat met een brede lach op en neemt haar in zijn armen. Ze omhelst hem innig en voelt zijn stevige spieren. Opeens verslappen ze en worden ze steeds zachter. Hoe kan dit? Wat is er aan de hand? Met een schok wordt ze wakker en de harde realiteit dringt weer tot haar door. Het is niet Michel die ze vasthoudt. Het is haar kussen. En de tranen, ja die zijn echt en stromen nog steeds over haar wangen. Geen tranen van geluk, maar van verdriet. Ze hoort de stem van Andy, Michel’s broer, opnieuw in haar hoofd: ‘Michel is er niet meer. Na het tennissen viel hij bij mij op de bank in slaap en overleed aan een hartstilstand.’
    Dat was gisteren. De dag die Claudia nooit meer zal vergeten.
    Het leven is zo oneerlijk en onbegrijpelijk. Niet alleen was Michel een paar maanden geleden alweer goedgekeurd voor zijn werk als kapitein, maar we hadden ook na 16 jaar opnieuw voor elkaar gekozen en wilden in Cartagena een toekomst opbouwen.
    En nu? Nu is er geen Michel meer. Geen toekomst samen. Nooit meer, denkt Claudia en snikt het uit.

    Reply
  3. Plannen gewijzigd.

    Andrés had haar volledig overweldigd met zijn persoonlijkheid toen hij haar naam op het strand had gevraagd en elke keer dat hij hem daarna uitsprak had ze zich mooier gevoeld. “Zjulietta…” Dan was het of ze opgetild werd en zweefde. Wat van dat lichtvoetige zou ze nu ook wel kunnen gebruiken, want dan had ze haar einddoel allang bereikt. Haar nuchtere karakter had ze ruim zeven maand geleden overboord gegooid, maar haar brein is teruggekeerd naar de werkelijkheid en het zweven is daarmee ook verleden tijd. Ze verlangt ernaar weer “gewoon Juul” zijn.
    Hijgend staat ze stil, haar handen steunend op haar iets gebogen knieën. Het is echt niet te doen, maar als ze de waarheid weten wil zal ze moeten doorzetten. Ze hijst zich weer omhoog en holt dan zo goed en zo kwaad als het kan door de smalle straatjes, omhoog via de trappen die ze al verfoeid heeft zolang ze hier nu woont.
    Met haar Hollandse lijf was ze gewend geweest om kromgebogen over het stuur, de trappers van haar fiets rond te bewegen in het gevecht tegen de harde wind. Haar benen zijn niet geschikt voor deze ellendige trappen die op foto’s zo idyllisch lijken. Als het klopt wat ze denkt, dan gaat ze vanavond eindelijk haar gelijk krijgen. Hoe dichterbij ze komt, hoe langzamer ze begint te lopen. Het is natuurlijk simpel, alles hangt af van wat ze gaat aantreffen.
    Ze kent de plek waar ze heen moet als geen ander, het is het prachtige stadsgezicht met de Bellagii toren op de achtergrond. Zachtjes sluipt ze de hoek om en ziet het pijnlijk herkenbare, bijna sprookjesachtige plaatje. Als aan de grond genageld staat ze daar. Totaal onverwachts begint ze te kreunen. Overweldigende weeën moet worden opgevangen, en daarmee worden haar plannen gewijzigd.

    Reply
  4. Vakantie

    Het bezoek aan het museum staat bovenaan hun lijstje. Hier hangen een abstract schilderij van Monet en een van Gogh. Ze staan er stil naar te kijken.
    ‘Mooi hè?’ zegt de man.
    ‘Prachtig,’ zegt zijn vrouw, ‘Alleen dit was die zes uur vliegen meer dan waard.’
    De kathedraal daar vlakbij, geeft een schokkende ervaring. Het is niet de schoonheid van het altaar, de muurschilderingen of beelden met een overdaad aan bladgoud. Het zijn de bedelaars daarbuiten die zorgen voor een wrang contrast. Ook dat is dus dit land.
    Ze lopen door de dure winkelstraat en vergapen zich aan alles wat te koop is. In een modezaak tikt de vrouw een niet al te dure broek op de kop. Op de kontzakken en aan de onderkant van de pijpen aparte borduursels. In Nederland onbekend. Daar kan ze straks mee voor de dag komen.
    In het stadspark ploffen neer op een bankje. Slenteren en winkelen zijn voor vijftigplussers vermoeiende bezigheden. Stil kijken ze naar de spelende kinderen op het grasveld.
    ‘Wat zullen onze kinderen nu doen?’ vraagt zij.
    ‘Och, die vermaken zich wel. Ze zijn oud genoeg om zelf wat leuks te verzinnen,’ meent hij, ‘Ze zullen vast niet de hele dag in het hotel blijven.’
    ‘Nee, dat denk ik ook niet,’ zegt zij maar een goed verstaander hoort een kleine aarzeling.
    ‘We gaan,’ zegt hij, ‘Ik heb om half zes gereserveerd.’

    Precies op tijd stappen ze bij het Griekse restaurant naar binnen. Tot hun geluk krijgen ze een tafeltje bij het raam. De ober ontsteekt het kaarsje op hun tafel en overhandigd de menukaart.
    ‘Gezellig zo,’ zegt ze.
    ‘Ja. Wanneer zijn wij voor het laatst samen uit eten geweest.’
    ‘Dat was voor Bertje veganist werd.’
    ‘Al een paar jaar dus. Ankie zou je nog mee kunnen nemen maar Bertje bij een Griek? Al dat vlees? Dat gaat gewoon niet.’
    ‘Laten we er nu samen maar flink van genieten,’ zegt ze met een warme glimlach.

    Het is avond geworden. Bert en Ankie zitten op een brede muur voor het hotel en bezien de stad.
    ‘Daar ergens beneden zitten ze verliefd te wezen,’ zegt Bert.
    ‘Hm,’ zegt zijn zus, ‘Voortaan doen ze dat maar alleen. Ze zijn te oud geworden om samen op vakantie te gaan. Voor mij was dit de laatste keer. Ze kunnen best zonder ons.’
    ‘O ja…. Kamperen op Terschelling…’ mijmert Bert.
    ‘Volgend jaar,’ zegt Ankie, ‘Proost!’

    Reply
  5. Nieuwe Hoogtes

    “Dus, je zit mij vanaf hier de hele dagen te bespioneren?”
    Ik schrok me dood toen Abel dit zei. Hijgend klom hij de steile ladder omhoog. Bijna kon ik van het dak springen van vreugde. Eindelijk kwam hij naar me toe. Ik had hier al zo vaak over liggen fantaseren, toch had ik nooit echt verwacht dat het ging gebeuren. Elke keer ik dit uitzicht op mijn verhaal postte, hoopte ik dat hij het zou zien en naar me toe zou komen.
    “Jouw huis is net iets té ver”, zei ik met één oog dicht, “maar toen je die ene keer douchte in je achtertuin dacht ik je wel gezien te hebben.” Ik grinnikte met m’n eigen mopje, maar Abel keek weg. Zijn ogen tuurden in de verte, alsof hij verwonderd was door de omgeving. Hij was degene die al zeven jaren in dit kleine stadje woonde, terwijl ik nog maar enkele maanden geleden toegekomen was.
    Telkens wanneer ik alleen op het betonnen dak zat, genoot ik van de brandende zon wachtend op het kleurenspektakel later op de avond. Aan de ene kant schenen de laatste zonnestralen tot in het niets over de rode, platte daken. De andere kant leek oneindig, met uitgestrekte, groene sojavelden en hier en daar een groepje palmbomen.
    “Zit je hier elke dag Clara?”
    Eindelijk zei hij weer iets tegen me. Ik had nog nooit zo lang naar iemand zitten staren.
    “Niet elke dag…”, pauzeerde ik, “wel heel vaak.”
    “Waarom komt Nadia nooit mee?”
    Daar ging hij weer. Alsof hij enkel aan Nadia kon denken. Ze had me al vaak gezegd dat ik er niet zomaar vanuit moest gaan dat hij haar leuk vond, maar mijn buikgevoel vertelde iets helemaal anders.
    “Nee, ik denk dat ze niet zo’n fan is van hoogtes.”
    “Dat is jammer”, pauzeerde hij terwijl hij naast me kwam zitten, “gelukkig jij wel.” Hij knipoogde.
    Ik kon geen woord uitbrengen dus ik draaide mijn hoofd snel de andere kant uit alsof ik plots iets hoorde. Terwijl ik probeerde om niet te blozen, moest ik dit alles even verwerken. Ik kende hem nauwelijks, maar toch liet zijn aanwezigheid me allesbehalve koud.
    “Dit kunnen we wel gebruiken”, zei Abel terwijl hij een fles Amaretto boven haalde, “zodat we elkaar wat beter kunnen leren kennen.” Ik begon te schaterlachen van de zenuwen.
    “Ik weet dat je me leuk vindt Clara.”

    Reply
  6. Lucy

    “Ik wil nog steeds springen.” Lucy neemt een hijs van haar sigaret en kijkt naar beneden. “Misschien moeten we samen springen.” Ze grijpt mijn hand en wiebelt een beetje naar voren. Ik stoot een schamper lachje uit. “Ik spring niet,” zeg ik. Ik grijp de whiskyfles en zet hem aan mijn mond. Ik neem niet echt een slok maar Lucy ziet het niet. Ze neemt nog een hijs van haar sigaret en laat hem vallen. Ze kijkt hoe de sigaret in de diepte verdwijnt. Dan trekt ze de whiskyfles uit mijn hand. Even denk ik dat ze die ook wil laten vallen en ik houd mijn adem in. Maar dan ze neem een grote slok en wiebelt weer naar voren. “Hoe zou het zijn?” vraagt ze, terwijl ze naar beneden tuurt. “Zou het pijn doen?”
    Ik zie een traan over haar wang rollen en moet me bedwingen die niet weg te vegen. “Ik denk dat het wel pijn doet,” zeg ik. “Het ligt er vast aan hoe je neerkomt. Als je op je hoofd valt, voel je waarschijnlijk minder dan als je op je voeten terecht komt.”
    Lucy neemt nog een slok whisky. “Niet springen dus, maar duiken.”
    “Ik denk het,” zeg ik onverschillig en pak de whiskyfles weer terug. “Het is niet iets wat je uit kunt proberen.” Ik doe alsof ik een slok neem en zet de fles weer tussen ons in. “Misschien is er wel onderzoek naar gedaan,” ga ik luchtigjes verder. Ik maak met mijn vingers aanhalingstekens in de lucht. “De beste manier om van een flat af te springen.”
    “Ik haat je,” sist Lucy naast me. Ik zie nog een traan over haar wang rollen. En nog één.
    Ze grijpt de whiskyfles en ik zie dat haar hand trilt als ze ‘m naar haar mond brengt. Ze neemt een grote slok en begint te hoesten. Tranen stromen over haar wangen als ze me aankijkt. “Klootzak.”
    Ze komt overeind en veegt vastberaden haar tranen weg. “Ik ga springen, nu echt.”
    Ik schud mijn hoofd. “Je hebt te veel gedronken,” zeg ik. Ik ga naast haar staan. “Niet springen maar duiken, weet je nog.” Ik vouw mijn handen in elkaar en buig voorover. “Zo.”
    Lucy blijft heel stil staan. “Klootzak,” zegt ze dan nog een keer. Ze slaat haar armen om me heen. “Ik hou van je Marc. Kom, dan gaan we naar beneden.”

    Reply
    • zelfde idee, andere uitvoering. ook nice !

      Reply
  7. Enkele reis

    ‘Eigentijds hotel, levendige sfeer, romantiek troef’, leest Bea en klemt haar verkleumde vingers een beetje steviger om het handvat van haar paraplu. Op de winkelruit van het reisbureau stroomt de regen in tranen naar beneden. Bea haalt haar schouders op. Op foto ziet alles er beter uit, weet ze. Het maakt niet hoeveel sterren een hotelkamer heeft. In het echt ontdek je altijd een pisvlek op het matras vlak voor je wil gaan slapen of hang je drie dagen kotsmisselijk boven een vuil toilet door die ene garnaal uit dat gezellige restaurantje. Daarbij, haar man is geen twintigjarige Portugees met krullen die in blote bast een dak op kruipt. Voor iets anders dan een eetfestijn hijst hij zich in het weekend echt niet uit de zetel. Als er niets te vreten valt, is hij niet geïnteresseerd.
    Bea werpt een korte blik op de gouden ring die om haar gezwollen vinger spant. Ze vraagt zich af of die eigenlijk ooit goed heeft gepast. Al twintig jaar zijn ze samen, zij en haar Bert. Van echte passie was geen sprake. Het soort passie waarvan je tepels hard worden en je dijen gaan trillen. Het gedacht aan tepels of dijen maakt Bea al ongemakkelijk.
    ‘Dat is niets voor keurige meisjes’, hoort Bea de stem van haar vader in haar oor echoën. En Bea is een keurig meisje. Ze heeft zich gespecialiseerd in de kunst van tevredenheid. Niet te dicht bij lichtzinnigheid en ver genoeg van eigenbaat: daar heeft zij haar stoel geplaatst.
    Een jong koppel stapt het reisbureau uit. Ze kunnen hun ogen niet van elkaar afhouden. Hun handen nog veel minder. Bea voelt niets, niet eens jaloezie. Op het kruispunt van haar gesnurk en Berts sluimerend alcoholprobleem waren ze elk een andere kant op gelopen. Haar seksualiteit verbergt ze in haar buik, ergens ter hoogte van dat lelijke litteken.
    Plots hoort ze gerinkel. Waarom ligt die vervloekte gsm altijd op de bodem van haar overvolle handtas? Een onbekende stem vertelt haar het slechte nieuws. De man is duidelijk getraind in het overbrengen van dat soort dingen.
    Bert zal die avond niet huiswaarts keren. Zelfs de voorspelbaarheid van de dagelijkse sleur kon het ongeluk niet tegenhouden. Bea laat haar gsm weer in haar tas glijden. De koteletten in de boodschappentas trekken aan haar arm. Even lijken haar knieën het te begeven. Daarna stapt ze in één vloeiende beweging het reisbureau binnen.

    Reply
    • Gefeliciteerd met de eerste prijs!
      Ik vind het een supergoed verhaal, makkelijk om je erin in te leven en een zeer onverwacht einde.

      Reply
  8. Balans

    Naast elkaar zitten we op de rand, ik staar in de verte. De lichtjes van de gebouwen om ons heen geven het uitzicht iets magisch. Apart, hoe een overdag grijze stad, in de avond en van bovenaf, een heel andere sfeer kan hebben.
    Mijn benen bungelen over de rand en ik voel kriebels in mijn buik. De afstand tot de grond is groot, de betonnen rand laag. Raar, je zou er zo overheen kunnen stappen.
    Marco zit naast me. Mijn vingers strelen zijn blote rug, volgen de spieren, die soepel onder zijn huid bewegen. Zijn huid is klam, net als de mijne. Een koel briesje blaast de haartjes op mijn armen overeind.
    Marco plant een kus op mijn lippen, draait zich om en laat zich van de rand glijden, op de vloer achter ons. Hij pakt een deken en slaat deze om mijn schouders heen. Vervolgens pakt hij de twee champagneglazen en vult ze bij. Hij reikt mij mijn glas aan en laat zich weer naast mij zakken.
    ‘Heb ik het goed gedaan?’ Zijn stem is hees.
    Ik neem het panorama in mij op, kijk daarna hem aan. De brok die plotseling in mijn keel verschijnt, laat zich bijna niet wegslikken.
    ‘Het was perfect,’ zeg ik. Ik gebaar naar de lichtjes, naar het dakterras achter ons, het matras met alle kussentjes en dekens.
    Marco schuift dichterbij, slaat zijn arm om me heen. Dit moment mag nooit voorbijgaan.
    ‘Het bezoekuur is al lang afgelopen,’ fluistert hij zacht in mijn oor. ‘Ik moet je terugbrengen naar de afdeling, helaas…’
    Ik drink een slok van mijn champagne. Plotseling stok ik in mijn beweging. Ik kijk eens goed naar mijn glas en dan naar hem.
    ‘Echt?’
    ‘Wat er ook gebeurt, wij horen bij elkaar. Je maakt mij gelukkig. Ik vind dat dat vastgelegd moet worden. Nog belangrijker, dat dat gevierd moet worden. Op wat voor manier dan ook.’
    Hij neemt mijn hand en gaat op de rand staan, trekt mij ook overeind. De rand is niet smal, maar toch voelt het alsof ik alle gevoel voor evenwicht kwijt ben. Hij houdt me stevig vast, zakt dan op één knie en kijkt in mijn ogen.
    ‘Sanne, wil je met mij trouwen?’
    Ik kijk naar hem, vervolgens naar de afgrond, een paar centimeter naast mijn blote voeten. De scheidslijn is dun, tussen leven en dood, tussen angst en moed. Durf ik de sprong te wagen?

    Reply
  9. Living on the edge

    ‘Wat waren we geweldig hè?’ zucht Sjoerd.
    Suzanne laat haar sigaret fel opgloeien, hijst en blaast een lauwerkrans de sterrenhemel in.
    ‘Je bent een beest. Ik voelde je opwinding in elke vezel van mijn lijf. Weet je wel hoe enorm geil dat is voor een meisje als ik?’
    Sjoerd kleurt. Hij wrijft in zijn nek die kleurt. Dan kijkt hij haar diep in haar ogen. ‘Weet je …,’ zucht hij, ‘het liefst zou ik dat jurkje van je nu finaal aan flarden scheuren en “Harry’s Hutspot Hotel” omtoveren tot “Harry’s Hete Hoerenhemel”.
    ‘Verdomme Sjoerd, ik ben toch wel meer dan een hoertje voor je, hoop ik? Ik bedoel …’
    Even blikt ze opzij, haar ogen sprankelend. Dan trekt ze haar neus rimpelend op. ‘Heb jij nou een scheet gelaten?’
    ‘Sorry. Johnnie Walker nam de verkeerde afslag.’ Hij schenkt zijn glas nog eens vol. Maar wat voor punt geef je hem?
    Ze sluit haar ogen en snift. ‘Acht uit tien!’
    ‘Oké!’ Hun handen kletsen tegen elkaar in een high five.
    Ze kijkt over de dakrand en ziet de kruinen van mensen als rollende eieren voorbij waggelen. Hoe bezopen zouden zij zijn?, denkt ze. Met een flinke schraap van haar keel prepareert ze een fluim die ze met een dradige sliert lanceert. De speekselbom schittert als een komeet in de kamerlichten van veertien verdiepingen. Sjoerd levert zijn bijdrage met een extra neusophaal. Tot zijn grote genoegen ziet hij na enkele seconden een man verontwaardigd naar zijn hoofd grijpen en omhoogkijken. Sjoerd zwaait hem toe en buldert van plezier. Suzanne stoot hem aan. ‘Nou!’ snauwt ze jaloers, maar begint vervolgens te giechelen.
    ‘Je moet weer bijschenken,’ lalt hij wijzend naar haar glas. ‘Wat is de tussenstand?’
    ‘Negen – negen met een licht voordeel voor mij omdat je net morste.’
    ‘Maakt niet uit. Ik sta nog twee punten voor van vanmiddag.’
    De vele sirenes van politieauto’s tsjilpen als kleurige stadsvogels in bronsttijd. Sjoerd waant zich God; machtig, onschendbaar en onbereikbaar. Begeesterd tasten zijn kijkers de skyline van Lage Zwaluwe af. Zíjn dorp, pittoresk in al zijn verschijningsvormen.
    ‘Mooi hè, wat ze met het oude centrum hebben gedaan?’
    ‘Ja, vooral met het bankgebouw.’ Ze wijst naar het bord dat boven alle gebouwen uittorent. Het straalt als gesmolten goud. ‘Wordt dat onze volgende uitdaging?’ hunkert ze.
    ‘Aangenomen,’ lacht hij. ‘Als we deze overleven natuurlijk. Schenk me nog eens bij.’

    Reply
  10. Haar vingers trillen terwijl ze nog een teug van haar sigaret neemt. Tegelijk met de rook verlaat een zucht haar longen. Ze ziet er als een berg tegenop. Tim neemt een slok van de goedkope rum die hij voor te veel geld in de bar van het hostel heeft gekocht. Verliefd kijkt hij haar aan en knipoogt. Ze lacht nerveus terug.
    ‘Wat hebben we toch een geluk hé. Jij en ik, hier, met dit uitzicht’. Hij strijkt met zijn hand over haar rug. Hij heeft geen idee. Ze heeft er buikpijn van. Nog een teug en ze knipt de peuk over de rand van het dak. Nu.
    ‘Tim, ik..’
    ‘Ik verheug me zo op morgen,’ onderbreekt hij haar. ‘Door naar Goa. Wij tweeën, zonder andere backpackers, lekker marihuana roken aan het strand.’
    ‘Tim, ik wil niet naar Goa.’ Ze kijkt naar haar handen op haar schoot en naar haar in sandalen gestoken voeten. Vervolgens kijkt ze naar de skyline van smerig en gehorig Delhi. Pas daarna durft ze naar zijn kin en zijn neus te kijken, niet naar zijn ogen.
    ‘Wat bedoel je? Wil je toch naar Jaipur dan? Ik dacht dat je genoeg tempels had gezien.’ Tim pakt zijn telefoon lijkt zijn berichten te checken. ‘Trouwens, alleen in Goa mag je legaal een joint roken. Als ze me hier snappen met mijn voorraad, dan ben ik de sjaak. De ratten in de tempels hebben het hier beter dan gevangenen.’
    ‘Ik wil niet meer rondreizen Tim, niet met jou. Ik blijf hier.’ Haar hart voelt zwaar. Vluchtig kijkt ze hem aan. Die blik in zijn ogen. Verwarring? Wanhoop? Of toch weer dat bezitterige?
    ‘Dat meen je niet.’ Het is geen vraag.
    ‘Het spijt me zo! Ik maak het uit. Ik hou niet meer van je.’ IJsberend loopt ze naar de rand van het dakterras. Beneden ziet ze auto’s met zwaailichten de straat in rijden. Tim is doodleuk bezig met zijn telefoon.
    ‘Hoor je wel wat ik zeg?’ Ze huilt. Beheerst wijst Tim naar de ingang van het hostel. Politieagenten stappen uit de auto’s en gaan het hostel binnen. Wtf?
    ‘Ze kregen zojuist een anonieme tip. Op dit moment zoeken die agenten naar mijn wiet. En die vinden ze, in jouw rugzak!’ Tim kijkt van zijn telefoon op naar haar. ‘Ik ken jou al langer. Als jij niet met mij verder wilt reizen, dan mag je in Delhi blijven. Heel lang.’

    Reply
  11. Fotoschrijfwedstrijd

    Waar was de tijd dat hij in naakt bovenlijf bij haar zat en vertelde over zijn verlangens, dromen en ambities.
    Haar lief,de meest knappe man met een charisma die de hele wereld kon verleiden koos haar een ietwat verlegen maar slimme meid om mee samen te zijn.
    Wanneer was de aantrekkingskracht ,die als een magneet werkte ,naar elkaar verdwenen? Waar zij was ,was hij ook . Uren hadden ze op de dakrand van het oude gebouw doorgebracht met niets anders dan een zak chips en een goedkope fles gin.
    Het was genoeg geweest in elkaars nabijheid te vertoeven , geen voorwaarden geen vereisten.
    Zij bleek goed zoals ze was. Haar dromerigheid ,haar idealisme,haar naturel look ,het waren allemaal dingen die hem aangetrokken . Tenminste zo zei hij ,maar jaren verstreken en langzaam bekroop hem het ongenoegen dat het allemaal te min was.
    Ze was van de ene dag op de andere niet ambitieus genoeg. Ze mocht wat meer make up gebruiken en een hakje dragen zo nu en dan zou haar geen kwaad doen.
    Haar interesses in diepzinnige gesprekken en de flow zoeken van het leven was volgens hem gebazel.
    Ze was nog een schim van wat ze was. Haar zelfvertrouwen was langzaam afgebrokkeld en ze begon hem stilaan te geloven tot een paar weken geleden zij dit beeld vond.
    Het had haar wakker geschud en doen beseffen dat niet zij maar hij veranderd was en had besloten na veel verdriet hem te verlaten. Het had wel hartpijn gedaan aan zichzelf te moeten toegeven dat het mooie verhaal niet kon uitgeschreven worden. Na wat inlichtingen was ze te weten gekomen dat op die bouwval van toen een mooi flatgebouw stond en dat er verschillende appartementen te huur waren.Daar zou ze gaan wonen en werken en een nieuw leven beginnen met uitzicht op de duizenden lichtjes van de stad en zij zou haar eigen lichtje zijn met alle vertrouwen in de toekomst.

    Reply
  12. Hij zag hen keuvelend op de dakrand zitten. Ze keken uit over de verlichte stad doch konden ze hem niet zien.
    Hij ,een adonis in bloot bovenlijf sprak het meest. Glas in de ene hand ,een sigaret in de andere. Zij,een eenvoudig mooi meisje keek met licht gebogen hoofd bewonderd naar hem. Zo leek het thans voor hem. Af en toe knikte ze bevestigend.
    Wat zou hij haar aan het vertellen zijn vroeg hij zich af.
    Hij had al vaak jonge koppels daar zien samenkomen vooral als de stad zinderde van hitte en lawaai. Hoe hoger en dichter bij de hemel hoe koeler het aanvoelde en zo konden ze even alles achterlaten.
    S avonds met al die lichtpuntjes was de stad ook op zijn mooist . Het leken allemaal sterretjes.
    Tot nog toe had niemand hem opgemerkt en menigeen hadden er naakt de liefde bedreven .Dan keek hij toe en voelde de pijn van eenzaamheid door merg en been.
    Meer dan eens besefte hij dan dat het voor hem niet was weggelegd . Hij was zijn hele leven toeschouwer geweest. Hier achter het raam sleet hij zijn leven zo ver en zo dichtbij van mensen allerlei. Oppassen jongen,je glijdt af in negativiteit maande hij zichzelf. Nog even richtte hij zijn sterrenkijker naar het koppel en zag dat ze elkaar hartstochtelijk kusten. Hij draaide zich om en zette de tv aan .

    Reply
  13. Een stad ligt aan onze voeten
    Licht aan onze voeten
    Terwijl duister ons bedekt

    De stad ligt,
    Het duister valt
    En wij, wij zitten

    er niet mee

    Licht, in ons hoofd

    Reply
  14. Twee werelden

    ‘Het spijt me,’ Lineke neemt een grote slok uit haar glas gin en tonic. Ze durft hem niet goed aan te kijken, daarom neemt ze nog maar een slok en verslikt zich, waardoor ze een flinke hoestbui krijgt. Als ze uitgehoest is kan ze het niet langer uitstellen en kijkt Aarav in zijn grote bruine ogen. ‘Het was leuk echt,’ ze slikt, ‘maar we zijn te verschillend. We hebben het heel fijn gehad, maar ik zou mijzelf zoveel geweld aan moeten doen om in jouw wereld te passen. Ze kijkt hem opnieuw aan, met tranen in haar grote grijze ogen. Ze weet niet wat ze verder nog moet zeggen en neemt nog maar een slok. Terwijl ze op zijn antwoord wacht voelt ze zich vreselijk, deze lieve jongen. Ze staat op en loopt onrustig op het dak heen en weer. Ondertussen denkt ze aan hoe het begon, het backpacken in Berlijn, waar ze Aarav tegen het lijf liep. Hij was al maanden op reis. Haar reis was pas begonnen. Ze besloten om samen verder te gaan. Zijn gezelschap was heerlijk en ontspannend daarbij was seks met hem ongelooflijk fijn, maar het is genoeg geweest. Ze zijn al zes maanden onderweg en ze wil ondertussen gewoon naar huis naar Heemstede. Stamppot zuurkool van haar moeder eten. Haar kleine zusje knuffelen. De laatste dagen heeft ze nergens anders meer aan kunnen denken. Ze gaat weer naast hem zitten en kijkt afwachtend. Hij draait zich naar haar toe. Lieve Lineke, ik ben het met je eens we hebben het heerlijk gehad. Dat van die twee verschillende werelden begrijp ik. Zodra ik in India terug ben ga ik mij verloven. Dat is de afspraak met mijn ouders. Dit is mijn laatste vrije vakantie voordat het serieus wordt. Ik vond het heerlijk met jou. Ik zie hoe moeilijk jij het hier mee hebt, daarom is het beter om nu afscheid te nemen. Ze staan beiden op en kijken nog eenmaal naar de prachtige skyline van de stad. Dan een onhandige omhelzing en Aarav is weg. Lineke verbaasd achterlatend. Wat vreemd heeft zij het dan zo anders ingeschat. Dan haalt ze haar schouders op. Morgen neem ik de trein naar huis. Aarav heeft zijn spullen opgehaald in het hostel waar ze verbleven. Hij kan geen nacht langer in haar gezelschap zijn, dat doet te veel pijn. Verloofde in India laat me niet lachen.

    Reply
  15. De kust is veilig

    ‘Wanneer iemand lang vermist is, betekent dit meestal dat iemand niet gevonden wil worden, of dat iemand dood is,’ aldus Giuseppe van Reek, hoofd van de Dienst Landelijke Recherche. ‘Maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.’

    Leon schoof de krant van zich af. Hoewel hij met pensioen was, volgde hij de berichtgeving over zijn voormalige werkgever op de voet.
    ‘Ik weet nog dat we met die zaak bezig waren,’ zei Leon tegen Ria die onverstoord bleef strijken. ‘Dat ik die camera vond, bracht alles in een stroomversnelling. Die twee op de foto hadden we zo te pakken en het belangrijkste was, we hadden een naam. Als Sep mij, in plaats van Kees had gevraagd om de boel te leiden, was die vent allang opgespoord.’ Leon probeerde verder te gaan met zijn betoog, maar een stuk ontbijtkoek in zijn luchtpijp belemmerde dit. Zijn hoofd liep rood aan en hij begon oorverdovend te hoesten.

    ‘Maak je toch niet altijd zo druk schat,’ zei Ria. ‘Straks sta je zelf nog in de krant, bij de overlijdensberichten.’

    Leon leek niet onder de indruk van de opmerking van zijn vrouw en belde zijn voormalige baas.

    ‘Dienst Landelijke Recherche, met Giuseppe van Reek.’

    ‘Ja, Sep, met mij. Ik lees net in de krant een bericht over een vent die na 10 jaar terecht is. Dat gaat zeker over die fotograaf uit Rotterdam?’

    ‘Hallo Leon. Klopt, maar ik kan je er verder niks over vertellen, want hij moet nog ondervraagd worden. En als je het niet erg vindt, hang ik nu op. Het zijn drukke tijden hier.’

    ‘Wacht Sep, laat mij die vent ondervragen. Ik zit nog helemaal in dat dossier.’

    ‘Oh, Leon, ik word weggeroepen. Spreek je nog.’

    Hij zal wel weer een grietje van de Academie moeten begeleiden. Zo wordt die zaak nooit opgelost, zei Leon bij zichzelf.

    ‘Ria, ik ben even naar kantoor.’

    Ria, die ondertussen naar boven was gelopen, wilde nog vragen wanneer haar man verwachtte terug te zijn, maar ze hoorde de deur al dichtslaan.
    Er verscheen een glimlach om haar mond en ze belde Kees dat hij langs kon komen.

    Reply
  16. Nog één laatste keer

    Julia’s zongebruinde benen bungelen over de rand van het dak van de drieëntwintig etage hoge flatgebouw waar ze samen met Ben woont.
    Het smeulende eind van haar sigaret licht op in het donker van de nacht.
    ‘Geef mij ook eens een hijs van de sigaret,’ zegt Ben. ‘Het is tenslotte onze laatste.’
    ‘Wie zullen het eerste komen denk je, de politie of de penoze?’ vraagt ze, met een malicieuze blik in haar ogen terwijl ze hem de sigaret aangeeft.
    Hij tuurt over de daken en neemt een trek van de sigaret. Als een draak laat hij de rook ontsnappen uit zijn neus.
    ‘Het maakt niet uit wie er eerst komt.’
    Beiden kijken in het blaue hinein over de stad. Volledige stilte op de klanken van de stad na. Claxons, geroezemoes, sirenes in de verte. De stilte wordt onderbroken door het geknor van Ben zijn maag.
    ‘Ik ruik een mengelmoes van pizza, shoarma en patat. Ik zou best wel wat lusten.’
    ‘Daar is geen tijd meer voor’, zegt Julia wijzend naar de zwarte Mercedes die met een vaart de hoek om komt.
    De auto komt tot een harde stop pal voor de hoofddeur van de flat. Alle vier de deuren van de auto vliegen open. De vijf mannen die uit de auto springen nemen niet de tijd om de deuren te sluiten. Ze rennen het gebouw in met getrokken wapens.
    ‘De penoze heeft ons gevonden.’ Stelt Ben vast, terwijl hij nog een laatste slok neemt uit de fles whiskey die tussen hen in staat. Julia staat op, haar witte jurk wappert in de wind. Ben staat eveneens op, pakt haar om haar middel en trekt haar dicht tegen zich aan. Ze legt haar hoofd op zijn ontblote bovenlijf. Als haar smaragdgroene ogen de zijne ontmoeten, raken zijn warme lippen de hare. Ze proeft de rokerige smaak van de whiskey op haar tong. En op dat moment, hoe kortstondig ook, zijn ze intens gelukkig.
    De lift bel. De stemmen worden steeds luider en de voetstappen komen steeds dichterbij.
    Julia en Ben gaan op de rand van het dak staan met hun gezichten naar de deur die naar het dak leidt. Ben zijn vingers glijden in Julia haar hand, hun vingers verstrengelen zich. De deur vliegt met een klap open. Ze kijken elkaar in de ogen, wanneer ze zich achterwaarts naar beneden laten storten.

    Reply
  17. Mijn redder

    We kijken uit over de flatgebouwen en wolkenkrabbers. De donkere horizon wordt gedragen door talloze lichtjes. In de verte zijn geluiden van ronkende motoren, gierende sirenes en bonkende muziek hoorbaar. Mijn benen bungelen over de rand. Onder ons lijken de mensen en auto’s van miniatuurformaat. De koele wind glijdt langs mijn gezicht en maakt mijn lippen droog. Hij zit naast me. Zijn armen omklemmen zijn bovenbenen, zijn kin leunt op zijn knieën. Stiekem hoop ik dat hij niet merkt dat ik hem vanuit mijn ooghoek opneem. Hem kennende heeft hij het toch door. Vanaf het eerste moment dat we elkaar zagen houdt hij me in de gaten. Een eigenschap die ik in het begin ontzettend waardeerde en die maakte dat ik me gewild voelde, uniek. Hij tilde me op, liet me zweven en zette me pas neer als het echt niet anders kon. “Voor altijd zijn we verbonden,” fluistert hij vaak voor het slapen gaan. Ik hoor zijn ademhaling en herken het onregelmatige ritme van zijn kloppende hart. We weten allebei dat dit een medische oorzaak heeft, maar hij romantiseert het door te zeggen dat zijn hart sprongetjes maakt als hij bij me is. Soms heb ik de neiging om hem hierin te verbeteren, al heb ik dat nog nooit gedaan. Hij weet hoe het zit en niets of niemand kan dat veranderen. Ik spiegel zijn houding door me klein te maken tot een bolletje. Kon ik maar verdwijnen, wegzakken in het harde beton dat ons nu nog overeind houdt. Zijn sterke arm krult zich om mijn middel. Hij drukt me tegen zich aan. “Nooit meer alleen,” verzucht hij. Ik vecht tegen de neiging om me te verzetten, wetende dat hij zal zorgen dat ik daar spijt van krijg. Zijn nagels boren zich in mijn huid en ik voel de schrammen op mijn arm branden. Het verse bloed vermengt zich met de vele blauwe plekken die van hem afkomstig zijn. Dan brengt de realiteit me terug naar de reden waarom ik hier nog steeds zit. En waarom ik blijf zitten. Hij zag dat ik in nood was en heeft mijn leven gered. Zonder hem was ik allang dood geweest. Nooit zal ik mijn redder teleurstellen. En dus geef ik me over. Plotseling schuift hij naar voren. Zijn arm trekt me als een grote schep met zich mee. Terwijl onze lichamen het van de zwaartekracht verliezen, verdwijnt de pijn.

    Reply
  18. Hoteldebotel

    Het is de laatste avond van Mirella’s vakantie in Italië. Op het dak van het hotel, hebben ze een uitzichtpunt gevonden, waar bijna nooit iemand komt. Dromerig kijkt Mirella over de zee van lichtjes, beneden hen. Antonio kijkt haar vragend aan, terwijl hij de Chardonnay inschenkt.
    ‘Ga je het doen? Durf je het aan?’
    Mirella kijkt diep in de chocoladebruine ogen van Antonio, waarin ze de afgelopen weken zo vaak is verdronken. Hij slaat zijn sterke armen om haar heen en na een lange, betoverende kus, pakt ze resoluut de telefoon.
    ‘Ik ga mijn ouders bellen’. Antonio antwoordt met zijn liefste glimlach.

    ‘Hallo mam! Hoe gaat het met jullie?
    Nee, ik heb de koffers nog niet gepakt, want mijn plannen zijn veranderd.
    Die Italiaanse taal is toch zo mooi. Wist je dat het een belangrijke handelstaal is? Het zou een goede aanvulling zijn op mijn opleiding. En gisteren kwam ik in contact met de eigenaar van een pizzeria, hier in Bellagio, die mij een baantje aanbood. Hij biedt een redelijk salaris met kost en inwoning erbij.
    ‘Ja, ik weet dat het allemaal heel snel bedacht is, maar…
    Wie je op de achtergrond hoort? O, dat is Antonio, die heb ik hier ontmoet. Hij neuriet een liedje, zo romantisch! Ja, mam, ik zal het je eerlijk zeggen: ik ben heel erg verliefd. Maar dat is alleen maar mooi, toch? Als ik hier woon en werk kan ik hem vaak zien.
    Je wilt wat meer over hem weten? Nou, hij bakt pizza’s. Ja inderdaad, diezelfde pizzeria. Het zijn namelijk zijn ouders. Hele aardige mensen.
    Hoezo, ben ik snel verliefd? Ja, het lijkt een beetje op het verhaal van Duitsland, maar dit is toch heel anders. En Piédro uit Spanje, vorig jaar, die was veel te macho. Ja, Italianen lijken dat soms ook, maar Antonio is echt heel lief. Hij is gek op zijn broertjes en zusjes en later willen wij ook zo’n groot gezin. Als jullie ons dit jaar eens komen opzoeken, zal je zien, hoe gelukkig we zijn. Misschien kunnen we dat combineren met ons verlovingsfeest, want daar willen we niet te lang mee wachten.
    Wat hoor ik pap nou zeggen? Jullie komen me halen?’

    Reply

Leave a Reply to Grace Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *