Schrijfwedstrijd augustus 2020

Schrijfwedstrijd augustus 2020

Update: de wedstrijd is gewonnen door Ineke Marsman-Polhuijs. Gefeliciteerd!

Wil je een mailtje ontvangen wanneer er een nieuwe schrijfwedstrijd is? Meld je dan aan voor mijn gratis schrijftips en -oefeningen.

Zo doe je mee aan de schrijfwedstrijd augustus 2020:

 

  1. Laat je inspireren door deze foto!
  2. Schrijf een kort verhaal van max. 400 woorden (incl. titel) in het Nederlands of Engels.
  3. E-mail je verhaal als Word-bestand uiterlijk maandag 31 augustus 2020, 23.59 uur Nederlandse tijd naar info@kellymeulenberg.com.
  4. Bonus: als je trots bent op wat je hebt geschreven, deel het dan in de reacties hieronder! Dit is niet verplicht, maar wel heel leuk :)

 

Dit kun je winnen:

 

Iedere deelnemer die aan alle bovenstaande voorwaarden voldoet krijgt een mini-coachsessie (t.w.v. € 20,-), waarin we je verhaal en evt. schrijfvragen bespreken. (Je kunt dus meerdere verhalen insturen, maar je krijgt één sessie.)

Daarnaast verloot ik één kaartje voor de Schrijfmiddag op zaterdag 26 september in Delft (t.w.v. € 25,-).

Deelnemers ontvangen de uitslag op zaterdag 5 september. De uitslag wordt ook bekendgemaakt op deze pagina, mijn sociale media en in mijn e-mailnieuwsbrief.

 

Overige voorwaarden:

 

De prijs is niet in te wisselen voor geld. Mocht je al een kaartje voor de Schrijfmiddag hebben gekocht, krijg je het geld daarvoor terug óf kun je gratis iemand meenemen. Mocht de Schrijfmiddag niet door kunnen gaan, geldt je kaartje voor de volgende datum. Ik vermeld de naam van de winnaar op mijn site, sociale media en in mijn nieuwsbrief – door je verhaal in te zenden, geef je hiervoor toestemming indien van toepassing. Je verhaal zal niet door mij gedeeld worden en alle rechten blijven bij jou.

 

Klaar? Schrijven maar!

 

Deadline: maandag 31 augustus

Klik op de foto om hem te vergroten:

schrijfwedstrijd augustus - jonge vrouwen in een supermarkt met hun armen vol bakken ijs - foto door madison compton via unsplashFoto door Madison Compton via Unsplash

Inspiratie nodig? Lees het artikel: Hoe schrijf je een verhaal bij een foto?

Veel schrijfplezier!

10 Comments

  1. Eindelijk
    Hoe zal ze reageren? Hoe langer ik erover nadenk, hoe zenuwachtiger ik word. Toen Anna had verteld dat ze eindelijk zwanger was, belde ik Teresa en zei dat we iets moesten doen. Nú iets moesten doen. Na al die mislukte behandelingen en de avonden die we daarna bij haar waren, wilde ik nu vieren. Nu er niet getroost hoefde te worden, wilde ik de vreugde samen beleven en niet pas over zes, zeven maanden met een babyshower, nee. Het moest nu meteen, nu de vreugde vers was en het nieuws nog niet aan de grote klok hing.
    ‘We halen ijs’, besloot Teresa. ‘IJs, augurken en ballonnen. Zie ik je zo bij de supermarkt?’ Blij dat ze mijn idee concreet maakte, zei ik: ‘Ja, en een Ouders van nu’. Wie bellen we nog meer?’ We besloten elk twee vriendinnen van Anna te bellen. Toen ik klaar was, stapte ik in de auto en liet mijn gedachten gaan. Ze is zwanger. Ik word tante. Mijn zusje krijgt een baby. Een baby krijgt een moeder die naar hem of haar verlangt. Wat zal het anders worden.
    Teresa is er al. Ik zet de auto weg, loop naar haar toe en omhels haar stevig. Even later rauzen we als twee pubers door de supermarkt. Ik voel me melig worden. Uitgelaten. Jong. Zo ontzettend dankbaar ook. We lopen naar de vriezers en discussiëren over hoeveel bakken we nodig hebben. Ineens duiken Marie en Anniek op, met een camera en een heliumballon. Ik laat ze zien wat we hebben uitgekozen en vraag hyper of het genoeg is.
    Niet lang daarna gaan we vol voorpret naar de kassa. Ik probeer me te gedragen als de vrouw van middelbare leeftijd die ik ben, maar reken iets te luidruchtig af. Als ik wegloop zie ik vanuit mijn ooghoek de kassière met haar ogen draaien en opzichtig zuchten richting haar collega bij de andere kassa. In plaats van me te ergeren, lach ik nog een keer en denk aan mijn zusje. Hoe zal ze reageren als ze ons ziet?
    Door: Ineke Marsman-Polhuijs

    Reply
    • Gefeliciteerd Ineke!

      Reply
  2. Zonnig vooruitzicht
    “Mathilde, wat doe je”, hoor ik Coralie zeggen wanneer ik tussen de rekken wegduik.
    “Ssstttt”, zeg ik stilletjes.
    Alleen was het waarschijnlijk niet zo zacht zoals ik het in mijn hoofd hoorde, want ik zie mensen zich omdraaien…
    En ja hoor, daar heb je het al, een knalrood hoofd.
    Fantastisch, net wanneer ik die kanjer gespot heb verander ik in een vuurtoren.
    “Wat doe je”, fluistert Coralie opnieuw wanneer ze naast me opduikt.
    Ik trekt haar naast me, maar ze struikelt over mijn voeten en ik verlies mijn evenwicht. Het volgende moment rollen we beiden over de grond.
    In plaats van recht te staan zoals gewone volwassenen, krijgen we de slappe lach. Het is onmogelijk om recht te komen. We lijken wel twee pubers!
    Wanneer ik me na een minuut op mijn knieën kan trekken aan één van de winkelrekken, zie ik vanuit mijn ooghoek iemand staan.
    Oh neen, neen toch, ik zak bijna in de grond van schaamte, het is de knappe gast voor wie ik daarnet tussen de rekken dook.
    Met een grijns op zijn lippen slaat hij ons gade.
    Waarom kan ik niet toveren, mezelf onzichtbaar maken of zo.
    De onbekende knapperd komt dichterbij en steekt zijn hand uit. Hij helpt eerst Coralie recht, en daarna mij. Alleen laat hij mijn hand niet los wanneer ik recht sta.
    Hij kijkt me indringend aan vanonder zijn lange, dikke wimpers.
    “Hoi, alles ok”, vraagt hij me onderzoekend.
    “Ja, bedankt voor de hulp. Onhandig zijn is nu eenmaal een gave…”, probeer ik me eruit te praten.
    “Ik heb je hier al eerder gezien, kan dat?”
    Wauw, wat een originele openingszin, flitst er door mijn hoofd. Het lukt me nog net om niet met mijn ogen te rollen.
    Maar hij is knap, nog knapper zelfs nu ik hem van dichtbij observeer.
    Hij interpreteert de stilte als een bevestiging, en gaat verder: “Ik ben Jean-Jacques (het klinkt als ‘zon-zaak’), zegt de knapperd, ik wil je terug zien.”
    Voor ik het weet staat zijn nummer met balpen op mijn hand geschreven, en is hij terug verdwenen.
    Achter me proest Coralie het uit, “zon-zaak”. “Ga je die vent echt bellen?”
    “Dat weet ik nog niet. Maar… hij klonk wel érg zonnig”, schaterlach ik. “Jammer dat je tijdens een date moet babbelen…”.
    “Komaan, geef zon-zaak een kans”.
    Breed glimlachend en met het roomijs in onze armen, lopen we naar de kassa.
    Door: Delphine Demaeght

    Reply
    • Zalig….

      Reply
  3. Toppy

    Reply
  4. Hoe kom je uit de bus?

    Tja, juist nu is dat een heel evidente vraag. Hoe kom je uit de bus? Een bus die maar half is gevuld en waar stoelen grotendeels zijn afgezet. Zo’n bus.
    Natuurlijk gaat aan deze vraag een andere vooraf: Waarom zou je in die bus gaan zitten? Hij is muf, ongezellig, afstandelijk en clean (tenminste dat moet hij zijn).
    Waarschijnlijk is het antwoord dat de, door jou, af te leggen afstand te groot is om te voet of met de fiets te doen en je bent eenvoudigweg niet in het bezit van een auto.

    Tja, dan ben je terecht in die bus terecht gekomen. En wederom blijft die vraag overeind: Hoe kom je uit die bus. Ik zie het voor mij: Je loopt op ongeveer een meter twintig van je voorganger. Echt dichterbij durf je toch niet, maar toch wil je laten merken dat je er uit wil en wel snel. Dan ben je buiten en zuig, nee slurp je de frisse buitenlucht naar binnen. Alleen maar om erachter te komen dat ook hier de lucht veel te wensen over laat.

    Enigszins gedeprimeerd ga je naar de dichtstbijzijnde supermarkt, het liefst samen met een lotgenoot en daar laat je zien dat ze eigenlijk in Duitsland beter om kunnen gaan met de voorwaarden voor het rijden in bussen. Wij noemen iets dergelijks eisen.

    Vijf om precies te zijn. Iedere eis een andere smaak maar zeer zwaarwegend.
    Hoe die eisen beschreven zijn?

    Ach dat moet je misschien aan Duitsers vragen. De vraag voor jou is meer: Hoe komt het uit die bus?

    Reply
  5. Ijskoud.

    Ik hoor de voor mij zo bekende lach al bij binnenkomst. Een hard en hoog ‘hihi, hie’ ik herken het uit duizenden, niemand lacht zoals zij.
    Er zit een klein onweerstaanbaar hikje in haar lach. Iets waar ik normaal altijd vrolijk van wordt. Vandaag is echter niet normaal en al helemaal niet vrolijk!
    Ze heeft me vanmiddag per sms laten weten dat ze het: “heel erg vind maar niet meer met ons verder wil”. Heel erg? Heel erg?! Waarom hoor ik haar lach dan door de supermarkt heen schallen?! Kwaad loop ik met mijn winkelwagen, die een irritante afwijking heeft en ik daarom steeds moet bij sturen het eerste gangpad in. De fantasiewezens op de schreeuwerige dozen ontbijtgranen grijnzen mij vanaf de rekken toe. Ze weten het ook! Per sms! Per, fucking, sms! Iets in mij wil het rek met die stomme, achterlijk lachende idioten om trekken! Maar nee, ik houd me weer eens in! Krop het weer lekker op en loop verder, inwendig vloekend tegen de winkelwagen die maar niet wil sporen! Ik krijg de neiging om haar op te zoeken, op haar af te stappen, en! Bij het verlaten van de gang rijd ik bijna tegen een vrouw aan die verschrikt op kijkt. Haar bril in de ene en een fles wasverzachter waar van ze het label aan het bestuderen was in haar andere hand. Snel verontschuldig ik mij en worstel de winkelwagen de volgende rij in. Etenswaren, poetsmiddelen, tijdschriften alles glijd links en recht aan mij voorbij terwijl ik moeizaam met mijn winkelwagen tussen de rekken door slalom. Waar is ze? Mijn zwetende handen hebben steeds meer moeite met het onder controle houden van de winkelwagen en mijn hart klopt in mijn keel als ik het laatste gangpad in rijd. “Vriesgoed” staat er op het bordje dat boven de gang hangt. Daar staat ze, breed lachend. Ze draagt drie grote potten ijs die ze onhandig tegen haar borsten aan drukt. Haar lach verstomd en verdwijnt van haar gezicht als ze mij ziet! ‘ ‘Hallo, ook aan het shoppen?’ Stamel ik en voel me net zo lullig als de zonet gesproken woorden. Als antwoord knikt ze naar de potten ijs in haar armen. Een ongemakkelijke stilte. Ze kijkt naar de lege boodschappenwagen die tussen ons in staat terwijl ik naar de mooiste plek kijk waar ik ooit mijn hoofd te ruste legde. Nu, ijskoud.

    Reply
  6. Bucketlist.
    ‘Shit, waar zit dat lichtknopje nou?’ Merel en Amber’s vier handen tasten in het duister de muur af die zich rechts van hen, achter de door hen zojuist geforceerde, nooduitgang deur bevond. Inbreken in een supermarkt: het zevende item op de Bucketlist van Merel. En Amber wilde wel helpen. Doe-het-niet-zelf was Amber’s motto. En-laat-je-lekker-helpen die van Merel.
    Een glad gestucte muur. Merels hand stuitte op een reliëf. ‘Ai, stopcontact.’ ‘Ik voel iets’ piepte Amber gespannen en ja hoor Flats, flats, flats Een onnoemelijke rij TL-balkbuizen flitsten één voor één aan. ‘Nu moeten we snel zijn.’ Ook al was de, plotsklaps met licht overgoten, supermarkt nu duidelijk te zien in en voor de omgeving. Amber en Merel wisten ook. De supermarkt lag redelijk afgelegen op een industrieterrein. Een wat ongebruikelijke plek voor een supermarkt. Klopt. Echter. Landelijk gebied. Geen concurrentie dus sowieso klandizie. De twee meiden renden hand in hand door de gangen van de felverlichte uitgestorven supermarkt. ‘Daar! Het vriesvak!’ ‘Ben en Jerry’s… Ben en Jerry’s.’ mompelde Merel, bij wijze van steunzin. Koortsachtig scande haar ogen de schappen. ’Zie jij Ben en Jerry’s?’ Diepvries saté. Witvis. Spinazie. ‘Hier!’ fluisterde Amber opgewonden. Ze trok de deur open en schoof meteen drie emmers uit de kast de vloer op. ‘Snel neem jij er ook een paar!’ Merel nam er vier en klemde de emmers onhandig en wiebelig gestapeld tussen haar onderarmen en borstkas. De vrieskou drong door het stof van de mouwen van haar spijkerjasje.
    Even kruiste hun blik. ‘Mission accomplished’ klonk de via hun ogen onuitgesproken interactie. Ze snelde richting de nooduitgang en terwijl Amber de lichtknoppen met de elleboog beroerde en de supermarkt in de eerdere duisternis hulde. Duwde Merel met haar rug de daarvoor al ontsloten nooddeur open en vervolgde de ijsprinsesjes hun weg in de duisternis. Op, naar het schuurtje achter Merels ouderlijk huis, alwaar een diepvrieskist stond opgesteld. Ze hadden al bedacht dat ze de emmers met schepijs onder de rundvleespakketten zouden verstoppen. ‘Waar zou ik zijn zonder mijn bucketlist?!’ Exclameerde Merel al rennend triomfantelijk en opgewonden. De emmers vastgeklemd als was het een lievelingsknuffel die ze van haar leven niet wilde verliezen. En Amber antwoordde mee rennend en uitgelaten schreeuwend als een marktkoopvrouw: ‘In bed. Aan het slááápùùùh.’

    Reply
  7. ‘Hè, muts’, kirde Nannette vanuit gang zeven, ‘Sec of brut?’
    Jackie bestudeerde aandachtig het aantal calorieën op de verpakking van het ijs dat ze in haar handen hield. Waarom moest Nannette altijd zo luid zijn? Waarom moest de hele supermarkt meeluisteren? Ze gaf geen antwoord en keek naar haar eigen geïrriteerde gezicht in de weerspiegeling van de vrieskist. Eindelijk beviel het haar wat ze zag. Geld helpt wel degelijk. Een minuut later kwam een mager blondine de rij met de vriesvakken binnen gesjokt met een fles champagne in elke hand. Het gebloemde chiffon van haar zomerjurk wapperde achter haar aan. Elke beweging was gracieus en instagramwaardig.
    ‘Ik kon niet kiezen’, zei Nannette verveeld en ze legde de twee flessen in het wagentje.
    Haar aandacht was al snel afgeleid door het ijs dat Jackie in haar handen hield.
    ‘Oh, blauwe bessen, dat kan wel. Want fruit is gezond en ijs verbrandt meer calorieën dan je binnen krijgt omdat je lichaam zichzelf op temperatuur moet houden’, zei Nannette met een serieus gezicht.
    Jackie legde het ijs in de wagen en negeerde de opmerking.
    ‘Dus’, begon Nannette alsof ze een conclusie trok van een verhaal dat ze nooit was begonnen, ‘Wat trek je aan vanavond? De blauwe Chanel of de McQueen?’
    Terwijl ze langzaam door de winkel liepen, keek Jackie verbijsterd naar haar nieuwe vriendin die haar antwoord niet had afgewacht, maar verdiept was in haar telefoon. Nannette mocht niet bijster intelligent zijn, maar ze had Jackie wel met open armen ontvangen. Was dat niet wat ze altijd al had gewild, populaire, rijke vrienden? Ze vroeg zich af hoeveel van Nannettes domme opmerkingen ze nog kon hebben.
    ‘Hebben we verder nog iets nodig?’, vroeg Jackie.
    Nannette controleerde nog een keer de inhoud van hun kar en schudde haar hoofd. Ze plaatste alles op de band en toen nog voor de kassière een bedrag opnoemde, overhandigde Jackie haar creditcard. De telefoon in haar Louis Vuitton trilde, maar ze negeerde haar telefoon als ze aan de kassa stond. Nannette had er wat minder moeite mee.
    ‘Oh, kijk’, gilde ze weer hard, ‘Een foto van je moeder op nu.nl.’
    Ze drukte de telefoon onder Jackie’s neus.
    ‘Wat is een ponzifraude?’, vroeg Nannette haar, ‘Een auto?’
    Achter de kassa glimlachte de kassière vals naar Jackie en zonder een woord knipte ze met een schaar Jackie’s creditcard doormidden. In haar tas trilde de telefoon opnieuw.

    Reply

Leave a Reply to Mirjam Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *