NaNoWriMo: het overlevingsverhaal van Eline Stiekema

NaNoWriMo: het overlevingsverhaal van Eline Stiekema

National Novel Writing Month (NaNoWriMo in het kort) is een bizarre schrijfmaand waarin schrijvers van over de hele wereld zichzelf uitdagen om 50.000 woorden in 30 dagen te schrijven. Om jou als deelnemer (of ‘gewone’ schrijver, zonder zo’n deadline is schrijven ook al lastig zat! :) ) extra te steunen, vraag ik NaNo-experts om hun ervaringen te delen. Deze keer: Eline Stiekema, schrijfster van Dubbelspel en blogger.

 

elinestiekemaMijn NaNoWriMo: geen plot, geen probleem!

 

Ik heb meerdere keren meegedaan aan NaNoWriMo, maar ik heb maar één keer gewonnen. Dat was de eerste keer, toen ik totaal onvoorbereid begon te schrijven op de vijfde van november, om de simpele reden dat ik toen pas van het bestaan van de jaarlijkse schrijfmaand hoorde. Ik had geen schrijfplan. Geen plot. En slechts een vaag idee in mijn hoofd over de kant die het verhaal op moest gaan.

Ik besloot mee te doen aan NaNo omdat ik het niet kon weerstaan. Ook al had ik nog geen idee waar mijn verhaal over moest gaan, het idee dat ik in één maand 50.000 woorden zou kunnen schrijven liet me niet meer los.

Ik vertrouwde erop dat het verhaal vanzelf wel zou komen, als ik maar gewoon begon. Dat was een heel spannend idee. Als ik maar doorwerkte, zou ik binnen vijfentwintig dagen een kleine roman op papier hebben staan, een tekst die op mijn eerste NaNo-dag nog even onbekend voor me was als de ruggen van de meeste boeken in de bibliotheek.

Dus ik ging aan de slag. En wat ik gehoopt had, gebeurde ook: het verhaal ontstond vanzelf. Het vormde zich terwijl ik schreef. Soms had ik opeens een Geniale Ingeving. Soms verraste ik mezelf al schrijvende met een plotwending die ik van tevoren niet had voorzien. Die onverwachte invallen vond ik het leukst. Ik had van tevoren niet voor mogelijk gehouden dat ik mezelf zo kon verrassen. Juist door alle controle los te laten en vrij associërend verder te schrijven. Het leverde een verhaal op dat duisterder en spannender was dan de vrolijke chicklit die ik normaal schreef.

Wat hielp, was de vorm. Ik schreef in briefvorm: mijn hoofdpersoon was een jonge studente die brieven schreef aan haar verdwenen tweelingzus. Deze vorm bleek zich uitstekend te lenen voor associatieve passages en stukken stream of consciousness als ik het even niet meer wist. Ook de subjectiviteit van de brief kwam goed van pas: het hoefde allemaal niet precies te kloppen of correct omschreven te worden. Het ging immers om de beleving van mijn hoofdpersoon. Die, zo bedacht ik later, een heerlijk onbetrouwbare verteller bleek te zijn.

Vier dagen voor het einde van NaNo gooide ik mijn hele plot overhoop en maakte van mijn hoofdpersoon een verward meisje, dat een groot deel van het beschrevene (inclusief de tweelingzus) bleek te hebben verzonnen in een waan, en nu op de vlucht sloeg voor een dreigende opname. Dit was totaal niet wat ik voor ogen had gehad toen ik begon met het schrijven van de eerste brieven van mijn toen nog brave en mentaal stabiele eerstejaars.

Dat ik mezelf zo bleek te kunnen verrassen, vond ik het aller-, allerleukst van mijn deelname aan NaNoWriMo. Ook al heb ik uiteindelijk niks met het resultaat gedaan; het was iets teveel Ongeleid Projectiel en iets te weinig geloofwaardig. Maar het is waarschijnlijk wel het meest gedurfde wat ik ooit geschreven heb.

Mijn eerste NaNo-deelname was al met al dus heerlijk onverantwoord: ik had totaal geen plan en het plan dat tijdens het schrijven ontstond, gooide ik vlak voor de deadline overhoop. Maar waarschijnlijk is dat juist de reden dat het die eerste keer zo goed ging. NaNo gaat over het loslaten van perfectionisme, en dat is precies wat ik deed. Later las ik het boekje No plot, no problem van NaNo-oprichter Chris Baty. Veel van zijn adviezen had ik in dat eerste jaar onbewust al in de praktijk gebracht.

Toen ik er over ging nadenken, lukte het me niet meer. De jaren daarna had ik minder tijd en was ik daardoor gedwongen om planmatiger te werken en te schrijven op akelige tijden, zoals om zes uur ’s ochtends voor mijn werk. Steeds gaf ik het op voor de eerste helft van november voorbij was. Steeds was het ‘niet het moment’. En uiteindelijk wist ik van tevoren al dat het niet zou lukken en probeerde ik het niet eens meer.

Maar dit jaar… dit jaar kriebelt het weer. Voor het eerst in jaren heb ik geen fictie-schrijfproject lopen. Tijd heb ik nog steeds niet, maar ik ben inmiddels meer dan vertrouwd met het programma Write Or Die en vind tweeduizend woorden per dag niet eens echt veel meer. Ik weet dat het te doen is. Als ik me maar laat gaan. Als ik mijn hersenen maar de kans geef voor wat free running.

En dat is precies wat ik jou ook kan aanraden: laat voor één maand je eisenlijstje los, en kijk waar je fantasie je brengt. Ik kan je beloven dat je op plekken zal komen waarvan je het bestaan niet kon vermoeden.

Meer over Eline vind je op haar blog. Heb jij nog tips of vragen over NaNoWriMo? Laat een reactie achter!

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *