Schrijfwedstrijd februari

Schrijfwedstrijd februari

Mini-schrijfwedstrijd februari

Laat je inspireren door deze foto en schrijf een (fragment of beginnetje van een) kort verhaal.

Deel jouw tekst uiterlijk 29 februari 2016 om 23.59 uur in de reacties om kans te maken op uitgebreide feedback op je tekst!

UPDATE: Gefeliciteerd, Marloes en Sjouke! Jullie winnen elk redactie van 500 woorden naar keuze!

schrijfwedstrijd februari - foto door Thong Vo via Unsplash

Klik om de foto te vergroten (foto via Unsplash)

Je kunt een van deze vragen als startpunt nemen, maar dat is niet verplicht:

  • Wie is deze vrouw? Wat wil ze?
  • Is ze zo stoer als ze eruit ziet of is het een masker?
  • Vertel je dit verhaal vanuit haar perspectief of laat je iemand anders iets over haar zeggen/schrijven?

Uit alle inzendingen kies ik twee winnaars, die een redactieronde van max. 500 woorden ontvangen. De ene prijs is voor de beste inzending, de ander wordt willekeurig gekozen. Met de feedback die je van mij ontvangt kun je dit of een ander verhaal nog beter maken.

Later inzenden kan natuurlijk ook, ik vind het erg leuk om te zien hoe de foto je heeft geraakt (je maakt dan alleen geen kans meer op de prijs).

In de eerste week van maart maak ik de winnaar bekend.

Veel schrijfplezier!

 

Spreekt deze foto je niet aan? Klik hier voor alle foto-schrijfoefeningen.

10 Comments

  1. Zenuwachtig tikte ik met mijn vingers op het tafelblad. Ik had zin in een sigaret, maar of dat vanuit mijzelf was of omdat de dame tegenover mij er een aanstak, kon ik niet zeggen. Sinds ik geen sigaretten meer op zak had, want ik was gestopt, besloot ik maar de dame te bestuderen. Ze had mooi blond haar, een lange ketting om zonder hanger, een horloge om en een kleine tatoeage op haar pols. Ik zat het te bestuderen, zelf wil ik al jaren een tatoeage op mijn pols maar ik ben er te schijterig voor. Het kostte mij aardig wat moeite om mijn nieuwsgierige aard te bedwingen en haar niet te vragen of het pijnlijk was geweest. Weer tikte ik zenuwachtig op het tafelblad. Hij was laat, was mijn gedachte en voor de zoveelste keer keek ik op mijn horloge. Wauw wat had ik zin in een sigaret om te de tijd te doden.

    Reply
  2. Nooit had ik van roken gehouden, het is iets wat mensen doen om indruk te maken ten koste van zich zelf, vertelde ik mijn vriendinnen wekelijks. Zelfs op feestjes had ik voortdurend ‘nee’ geschud tegen de kankerverwekkende sigaret net als die ene keer toen ik over het overladen schoolplein liep en ik meer leeftijdsgenoten rook zag inademen dan het gezonde zuurstof.

    Maar op deze dag besloot ik mijn zelfbedachte wet te overtreden, op deze dag had ik genoeg van mijn brave hersens die telkens ‘nee’ zeiden en stook ik een sigaret op, misschien wel expres ten koste van mezelf. Om eerlijk te zijn wist ik niet hoe ik comfortabel de peuk in mijn mond moest steken. Natuurlijk wist ik dat het rolletje tabak aan de witte kant aangestoken moest worden, maar elke ervaren roker die langs liep kon zien dat dit mijn eerste keer was.

    Wellicht had ik tot nu toe alsmaar geweigerd omdat ik niet wou roken in het bijzijn van losbandige tieners, ondanks de vreselijke smaak die ik mijn mond voelde ontstaan. Misschien was ik ongerust om de lachwekkende reacties die ik zou krijgen als de grijze wolken zich loslieten van de sigaret.

    Maar voor vandaag was het genoeg puberaal gedrag en gooide ik de sigaret op de grond en maakte ik vervolgens, met mijn voeten stampend, het tabak plat. Wetend dat ik het mijn leeftijdsgenoten niet kwalijk kon nemen als ze mij op deze manier zouden zien, voornamelijk omdat ik constant degene was geweest die de roker belachelijk had gemaakt.

    Gelukkig is lichtelijk zelfspot wel gezond, bedacht ik mij toen ik over de restsporen van mijn
    eerste noch laatste sigaret liep en gingen mijn mondhoeken omhoog toen ik regelrecht door wandelde naar de supermarkt om mijn smaak te verversen met een kauwgumpje.

    Reply
  3. Ik nam nog een trekje ook al wist ik hoe dom dat was. Voor even trok er een soort waas door mijn hoofd alsof de nicotine me verdoofde, alsof ik dan voor even de pijn niet zou voelen. Ik hoorde zijn stem in mijn hoofd. Eerst nog zachtjes daarna steeds harder. Hij had me gewaarschuwd, keer op keer, maar ik had niet geluisterd. Wist hij dan werkelijk niet hoe moeilijk het was? Alsof hij de drang om niet langer te snacken kon weerstaan. Iedere avond had ik zijn grijpgrage handen zien verdwijnen in een nieuwe zak chips. Je kon het niet vergelijken, zei hij. Of ik dan soms vergeten was dat mijn familie extra gevoelig was voor de ziekte, dat ik voorzichtig moest zijn en nog meer van dat soort loze woorden. Nu bleef het in ieder geval stil ‘s avonds. Niet langer gekraak of gevreet, maar de stilte die overheerste.
    Ik had me nooit laten testen, had het dan zin om te weten hoeveel procent kans ik had? Om te weten dat mijn leven elk moment kon eindigen? Ik inhaleerde nogmaals diep en tikte de as op de grond. Het was geen afscheid. Het was mijn enige houvast, troost, ontspanning of ieder ander woord dat zou verklaren waarom stoppen onmogelijk was. Ik probeerde alle doemscenario’s te vergeten. Positief blijven hadden ze gezegd, maar hun ogen hadden andere woorden gefluisterd. Manlief was er in ieder geval niet bij, bijna alsof hij me strafte en ik het verdiende. Nee, hij had gekozen om nu alvast afscheid te nemen. Het maakte niet veel uit, alleen was hij de reden dat ik nu hier stond. Zonder hem was ik er niet eens aan begonnen, al was het alleen maar om van zijn gezeur af te zijn. Maar nu ik hier dan zo alleen voor de ingang stond, vroeg ik me af of ik het wel moest doen? Was het het waard om te veranderen in een fragiele, zieke vrouw terwijl ik me nu nog kiplekker voelde. Ook al zou dat snel anders worden.
    Angst lag als een waterplas om mijn voeten, klaar om me erin onder te laten dompelen. Ik greep me vast aan het muurtje totdat een hand op mijn schouder me terugtrok op het droge.
    ‘Mevrouw van Deuten, gaat u mee? Dan kunnen we beginnen met de chemo.’

    Reply
  4. Lichtval. Blikveld. Invalshoek. Pose. Iets meer gewicht op mijn linkerbeen, heupen licht gedraaid. De camera lonkt, maar ik negeer hem. De wind is kil, ondanks de zon, maar de kou is onbelangrijk. Ik voel alleen het golven van mijn haar. Ik ben een beeld, een subject, een compositie.
    Een gebaar van de man achter de camera. Ogen en lens volgen mijn vingers, de sigaret die ik naar mijn lippen hef. Mond half open. Mijn lippen lachen niet, maar het zou bijna kunnen. De belofte van een glimlach, uitdagend, niet uitnodigend. De ogen zijn het venster van de ziel, zo zegt men, maar de mond verbergt geheimen, doet beloftes. Liegt. In hun blikken zie je bewondering, afgunst of begeerte. Vermoed ik. Ik kijk niet eens naar ze, want dat zou de illusie breken. Zolang ik het geloof, is het waar. Zolang ik het voel, zullen ze het zien. De zon is warm, de wind is niet koud.

    Een laatste klik. Geen flits, zo in de zon. Het is eindelijk afgelopen. Ik schud mijn haren uit, pak de jas die me wordt aangereikt, en gooi hem over mijn schouders. De fotograaf roept iets enthousiasts terwijl hij naar me toe loopt. Nu mag ik om hem lachen. Ik neem een trek van mijn sigaret, en ik vraag me niet eens af hoe het eruitziet.

    Reply
    • Gefeliciteerd Sjouke!

      Reply
  5. Ze rookte. Vanochtend stak ze haar eerste peuk op. Na drie jaar. De nicotine verdween langs een bijna vergeten route tot diep in haar longen. Diep zuchtend blies ze een ministorm over het trottoir.
    Teun was woedend: “Hoe háál je het in je botte hersens, Karin!” Het gebulder van haar hoofdredacteur echode nog na. Met haar wijsvinger tikte ze de as van haar filtersigaret en zette deze opnieuw aan haar lippen. Ze zoog kuiltjes in haar wangen.

    Ze had het allemaal perfect uitgedacht. Ze zou met haar artikel de stad wakker schudden: Uit onderzoek was gebleken dat de Planetenbuurt dertig jaar geleden was gebouwd op sterk vervuilde grond. In haar jacht op roem en erkenning had ze het principe van hoor- en wederhoor links- en rechtsom ingehaald en daarna niet meer in haar spiegels gekeken.
    Tot vanochtend.
    Het onderzoek waarop zij haar baanbrekende artikel had gebaseerd, bleek bij nader inzien onjuist. Haar naam èn die van haar krant stonden in chocoladeletters op de voorpagina van de ‘andere krant’ van de stad. Nog voordat Karin op haar zelf bedachte voetstuk kon schitteren, was ze er ongenadig hard van af gevallen.

    Reply
  6. Een hoofd vol woorden, onuitgesproken. Een hart honderd maal gebroken, toch steeds verliefd.

    Een rusteloze ziel, gevangen in een web geweven met draden van pijn.

    Ochtenddauw vol dromen. De zon, warme vriend, verbrand, verblind.

    Als een kind, onschuldig, aanvaard ze het snoepgoed van een bekende vreemde.

    Dwalend door een zieke maatschappij, vergiftigd door geloof, naïviteit.
    Eeuwig gekweld.

    Ze leest haar woorden opnieuw en opnieuw. In 10 jaar is er zoveel gebeurt, zoveel veranderd, maar toch is haar gevoel nog hetzelfde. Weer een sigaret, weer een joint, weer dronken. Als een zombie verdwaald in haar eigen geest. Een valse lach, zo getrained dat mensen hem als echt aanschouwen. Een masker, haar camouflage, een camelion die zich aan elke situatie aanpast, maar niemand kent de echte kleur van haar ziel. Een eenzaat wanhopig opzoek naar een soortgenoot, maar ze wordt door haar leugens weerhouden van het vinden ervan. Een kind, puber, een volwassen jonge vrouw, met vele gaven bedeeld, maar zo onzeker dat ze liegt tegen iedereen. De pijn van het haar aangerichte kwaad achtervolgt haar overal.

    Op een kille dag in oktober verdween ze van het toneel. Overspoeld door de gigantische golf van trauma’s, verdrinkend in de oceaan van haar zwarte tranen, vlucht ze. Ze laat alles achter en begint opnieuw. Ze start een nieuw leven aan de andere kant van de wereld.
    Australië.

    Reply
  7. Ik trek schaamteloos aan mijn sigaret…. Nee, dat is een leugen. Mijn leven staat op losse schroeven. De grond onder mijn voeten voelt als een moeras waarin ik zachtjes wegzak. Ik blaas de rook uit. Moeras is niks voor mij. Ik zie de zon en de heldere hemel maar vanbinnen stormt het. De mensen zeggen: “Je ziet er goed uit ! Je bent in de fleur van je leven !” Ik kan mijn masker van de rustige glimlach niet afzetten. Achter mijn geliefd gezichtje zit de echte ‘ik’. Ze schreeuwt: “Ik wil er uit ! laat me er uit !” Hoe lang nog zal ik mijn dromen verbranden Tot as brengen ? Nog een laatste trek. Nog even mee met de stroom. Mensen behagen. Oh, zie mij graag ! Later zal ik mezelf worden. Later… Misschien…. Als later dichterbij komt en de rook in mijn hoofd wegtrekt….

    Reply
  8. “Nee, ik weet niet waar ze heen is gegaan. Nadat we hadden gegeten, ging ze naar het toilet. Dit duurde en duurde maar en toen ik ging kijken, was ze weg. Ze was niet in het toilet, niet in de hal.”
    Hij duwt het linkerhoekje van de foto naar beneden en streelt met zijn duim over haar wangen.
    “Ze zag er altijd zo mooi uit. Altijd vroeg ze hoe het met mij ging. Of mijn toneelstuk al af was. Tot die avond dus.”
    Peinzend staart hij in de verte, in zijn linkerhand de foto en in zijn rechterhand zijn sigaret.Hij kijkt wat omhoog en blaast kringen rook uit. Hij tikt de as van zijn sigaret en legt de foto omgekeerd op de tafel.
    “Had je verder nog vragen?”
    Ik schud met mijn hoofd.
    “Nee, ik weet eerst voldoende.”
    Hij duwt zijn stoel naar achteren, pakt zijn stok van de grond en gaat moeizaam staan.
    “Dan wens ik u een prettige dag verder.”
    Hij zet zijn hoed op en met een laatste knik loopt hij weg.

    Reply
  9. Als je naar me kijkt, wat zie je dan?
    Zie je mij, of zie je een ander? Zie je het masker van wie ik wil zijn, of de schim van wie ik was?

    Je blik staat altijd op oneindig, alsof je met je gedachten ergens anders bent.
    Ik voel me eenzaam als ik vlakbij je ben, maar daarmee hunker ik alleen maar meer naar je gezelschap. Dan ruik ik je zoete geur, gevold door een rokerige lucht. Ik ruik je graag, vind je dat erg?

    Ben je, je bewust van mijn bestaan? Of ben ik voor jou een onbenullig wezen, wat de moeite niet waard is. Wil je wel weten wie ik ben?
    Ik heb geprobeerd om je aandacht te trekken, maar mijn pogingen zijn tevergeefs. Je doet je voor alsof de wereld om je heen niet bestaat. Kan ik iets doen om een indruk op je achter te laten, of zullen onze dimensies altijd van elkaar gescheiden blijven?

    Hij fluistert de laatste woorden en kijkt zuchtend op haar neer met de polaroid camera in zijn handen. Hij maakt nog een foto van haar wapperende blonde haren. En eentje van haar hand die de sigaret losjes vasthoud.
    Haar perfectie wordt alleen vertroebeld door haar afstandelijkheid.

    Verlangend kijkt hij haar na als ze vertrekt en gaat dan rustig achter zijn bureau zitten. Over het bureaublad spreidt hij de 50 tal foto’s uit en verdeelt ze zorgvuldig in groepjes. Het zijn er maar drie: één stapeltje voor haar haren, eentje voor haar handen én eentje voor haar mond. Haar mond vindt hij nog altijd het mooiste, vooral als ze haar tanden laat zien.

    De laatste foto die hij pakt is de perfecte, alles omvattende foto. Haar ogen ontbreken, maar haar schoonheid is onaangetast. Het is een prachtige compositie van haar haren, haar handen en haar mond.
    Hij pakt de foto teder vast en hangt het aan de muur in het midden van de collectie.
    De rest van de foto’s komen in zijn bureau laatje te liggen. Met een glimlach legt hij ze aan de rechterzijde op stapeltjes achter elkaar. Eerst de foto’s van haar mond, dan die van haar handen en als laatste die van haar haren.

    Voordat hij het laatje sluit, streelt hij met zijn wijsvinger over het koude metaal van het mes wat aan de linkerzijde van het laatje klaar ligt om gebruikt te worden.

    Op een dag zie je me wel staan liefste.

    Reply

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *