Wie vertelt dit verhaal? Gebruikelijke perspectieven in korte verhalen

Wie vertelt dit verhaal? Gebruikelijke perspectieven in korte verhalen

Een verhaal verteld door een seriemoordenaar leest heel anders dan hetzelfde verhaal verteld door de politieagent die hem achterna zit. Kort gezegd is dat waarom je over je perspectief moet nadenken.

Het perspectief is het oogpunt van waaruit het verhaal wordt verteld.

Wie is je verteller, wanneer vertelt hij/zij het verhaal, en zitten we in iemands hoofd of volgen we een personage van een afstandje?

 

Waarom moet je een perspectief kiezen?

 

Welk perspectief je kiest, heeft invloed op de afstand tussen het verhaal en je lezer. Het beïnvloedt welke informatie je op welk moment kunt delen.

Door de verschillende perspectieven te herkennen en toe te passen, heb je nog meer mogelijkheden om een lezer je verhaal in te trekken.

Bovendien, wanneer je geen bewuste keuze maakt, is de kans groot dat je tijdens het (her)schrijven per ongeluk wisselt tussen perspectieven. Dan weer schrijf je in de eerste persoon, dan weer in de derde. Hier gebruik je de tegenwoordige tijd, daar de verleden tijd. Je bezorgt jezelf dan alleen maar meer werk, en schrijven is soms al lastig genoeg!

Daarom is dit het eerste artikel in een korte serie over perspectief. Vandaag beginnen we met de basics: de meest gebruikelijke perspectieven in korte verhalen.

 

De meest gebruikelijke perspectieven:

Eerste persoon

 

Een verhaal geschreven in de eerste persoon is te herkennen aan het gebruik van ‘ik’. Het personage, oftewel de ik-figuur, vertelt zelf het verhaal.

Het voordeel van dit perspectief is dat je in het hoofd van je personage zit. We weten wat hij/zij denkt, voelt, zegt en doet. We horen alles in zijn/haar woorden.

Daar staat tegenover dat we niet in het hoofd van andere personages kunnen kijken. De informatie die je aan de lezer kunt geven beperkt zich tot wat je personage weet en wat hij/zij daarvan vindt.

Als je dat een groot nadeel vindt, kun je beter een ander perspectief proberen. Maar als het juist meer spanning oplevert, heb je de juiste keuze gemaakt!

 

Derde persoon, personaal

 

Een verhaal geschreven in de derde persoon herken je aan het gebruik van ‘hij’ en ‘zij’. Het verhaal wordt niet verteld door je hoofdpersonage zelf, maar door een verteller die zich als het ware buiten je verhaal bevindt.

Waar je in de eerste persoon in het hoofd van het personage zit, loop je in de derde persoon achter het personage aan. Je ziet alles wat hij/zij zegt en doet, maar je kunt de gedachten over het algemeen niet horen (soms wordt er een uitzondering gemaakt).

Wanneer je in de derde persoon schrijft, kun je nog kiezen tussen een personale verteller en een auctoriale verteller.

De personale verteller wordt ook wel beperkt genoemd, omdat je een enkel hoofdpersonage volgt. Ook hier kun je dus maar beperkt dingen te weten komen over de andere personages.

De derde persoon is minder ‘intens’ dan de eerste persoon, omdat er iets meer afstand zit tussen personage en lezer. Dat kan een nadeel zijn, maar – om even op mijn voorbeeld uit de inleiding terug te komen – niet iedereen heeft zin om in het hoofd van een seriemoordenaar te kruipen.

Smaken verschillen, dus kies voor de optie die jij het mooist vindt!

 

Derde persoon, auctoriaal

 

Wanneer je in de derde persoon schrijft en wel in de hoofden van alle personages wilt kijken, maak je gebruik van een auctoriale verteller.

Deze verteller wordt ook wel alwetend genoemd, omdat je zo dus toegang hebt tot alles en iedereen. Wanneer je maar wilt kun je verspringen van de seriemoordenaar naar de agent aan de andere kant van de stad. Je kunt alle informatie op ieder moment delen, omdat je niet gebonden bent aan wat een enkel personage weet en doet.

Een ander voordeel van de alwetende verteller is dat hij commentaar kan geven op de personages. Zo kun je met een alwetende verteller heel veel sfeer toevoegen.

Het grootste nadeel van de alwetende verteller is dat als je in het hoofd van meerdere personages duikt, zij wel allemaal interessant voor het verhaal moeten zijn. We moeten een reden hebben om van personage naar personage te verspringen. Dat kan al snel te ingewikkeld worden voor een kort verhaal, maar past prima in een roman.

 

De volgende keer…

 

In het volgende artikel kijken we naar ongebruikelijke perspectieven. Juist in een kort verhaal kun je met een verrassend perspectief aan de slag!

 

Wil je een mailtje ontvangen wanneer het nieuwe artikel is verschenen? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief. Tot gauw!

Vond je dit een nuttig artikel? Dan help je andere schrijvers door het delen op je social media.

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *